Philippe Claudel: Grijze zielen

Net gekocht en nu al uit. In één ruk. Prachtig, meeslepend, vol geschreven, echte personen en zo droevig. Een politie-agent beschrijft aan het eind van zijn leven zijn herinneringen aan 'De Zaak', de mensen erom heen en de mensen in zijn leven. Althans zo lijkt het. Belle de Jour, een meisje van tien, de dochter van een restaurantbaas uit het naburige stadje, wordt vermoord gevonden bij het kanaal. Er zijn sterke aanwijzingen naar een dader, er wordt een dader gevonden. Waarom kan de schrijver deze zaak niet laten rusten? Het is te nauw met zijn leven verweven geraakt, zijn eigen geluk is - tja - erin opgegaan, verwoest. En dat alles tegen de achtergrond van een eerste wereldoorlog, die het dorpje alleen maar zijdelings zou raken. Een citaat? Ach, een brokstuk, het hele boek staat vol mooie zinnen en gedachten: "Ik weet niet precies waar ik zal beginnen. Het is moeilijk. Al die tijd die is verstreken valt niet meer in woorden te vatten, en de gezichten, glimlachen en wonden evenmin. Maar toch moet ik het proberen te vertellen. Vertellen wat ik al twintig jaar op mijn hart heb. Berouw en grote vragen. Ik moet het mysterie als een buik openrijten en er mijn beide handen in steken, ook als dat nergens iets aan verandert." Aldus de eerste zin. Meer info in deze recensie bij het Parool
Oorspronkelijke titel is Les âmes grises en het is vertaald door Manik Sarkar. Het boek kreeg in Frankrijk de Prix Renaudot en de Grand Prix des Lectrices de Elle. De Franse boekverkopers riepen het uit tot het beste boek van het jaar. Maar ja, wat is dat allemaal waard? Gewoon lezen, het is het waard.

Jop noemde de 'Grijze zielen' een angstaanjagend sprookje. Angst joeg het me niet aan, wel weerzin soms en ik werd er erg droevig van. Een sprookje vind ik het niet; de moraal ontbreekt en alles wat er gebeurt, is maar al te mogelijk. Ik hield aan dit boek vooral gemengde gevoelens over. Zeker is het sfeervol en mooi geschreven. Maar de schrijver 'leent' zijn pen aan een politieman in een klein Frans stadje van wie ik me afvraag of de taal waarin het geschreven is, zijn taal kan zijn. Soms wel, maar vaak ook niet, had ik het gevoel. Verder heb ik me af en toe stevig gestoord aan de ver doorgevoerde stereotypen: de goeden sterven jong, alle vrouwen zijn engelen, alle mannen duivels en nog zo wat. De nacht met de 'kleine Breton' bezorgde me wel koude rillingen, net als de 'ontknoping'. Ineke heeft bij de bookcrossers een ring voor dit boek gemaakt en ik stuur het vandaag door naar Jacq H. Na haar staan er nog een aantal lezers op de lijst, waaronder veel boekgrrls. Ben heel benieuwd naar volgende meningen.

Hai Edith, zou de moraal van het verhaal niet zijn dat goed en kwaad in elk mens allebei aanwezig zijn? Vandaar toch die grijze zielen. In sprookjes wordt goed netjes tegenóver kwaad gezet, heel geruststellend voor de lezer die natuurlijk in het goede kamp thuishoort. De scènes die jou koude rillingen bezorgden zijn die scènes waarin die ongemakkelijke moraal wordt geïllustreerd . Was de hoofdfiguur iemand geweest met wie je je gemakkelijk kon identificeren, dan was de klap wel harder aangekomen. Wat is het toch dat die afstand schept? Is het die wat te plechtige taal? Of inderdaad die stereotypering ? Het stereotype hoort trouwens wel thuis in een sprookje. Of is het misschien het geheim waardoor je je nooit in het hoofd van de politieman kunt begeven. Hij weet wat jij nog niet weet en dat voel je. Ik zou het indrukwekkender hebben gevonden als de schrijver het voor elkaar had gekregen dat je je zo met de hoofdpersoon had geïdentificeerd dat je het gevoel zou krijgen dat JIJ degene bent die óók het kwaad heeft bedreven waarvan je gedacht had dat dat nooit mogelijk zou zijn. Dat is voor mij alleen maar een gedachte gebleven, het werd geen ervaring.

 

"Hai Edith, zou de moraal van het verhaal niet zijn dat goed en kwaad in elk mens allebei aanwezig zijn?" schreef Jop.

Haal ik er niet echt uit. Het ronduit slechte wordt vooral vertegenwoordigd door Mierck en zijn compaan, die geen enkele rechtvaardiging voor hun wandaden kennen en behoeven dan hun macht. De procureur en de ik-figuur worden meer als slachtoffers voorgesteld: zij zijn hun goede genius in de vorm van hun echtgenote kwijt en dat heeft ze dusdanig ontworteld dat ze, in het geval van de politieman zeker en in het geval van de procureur mogelijk, tot wandaden komen.

"Het stereotype hoort trouwens wel thuis in een sprookje."

Dat is waar. Maar dat zijn meestal wat meer universele stereotypen: rijkdom, armoede, ijdelheid, wreedheid, slachtofferschap, opofferingsgezindheid enz. De stereotypen in dit boek zijn zo heel erg Fráns, zo katholiek ook. Ik waande me vaak helemaal terug in de sfeer van mijn Franse schoonfamilie in de jaren zeventig: de vrouwen lief, trouw én sterk, de mannen machtswellustig of onmachtig en zwak, de pastoor die in de zielen van de mensen kan kijken. De standen ook keurig waar ze horen, met als uitzondering de adellijke vrouw (natuurlijk een vrouw) die in een ziekenhuis gaat werken nadat ze weduwe is geworden. Zij houdt zich staande, terwijl de twee weduwnaars in het boek gebroken zijn. De gemengde gevoelens waarover ik schreef zijn precies dat: gemengd. Ik ergerde me vaak tijdens het lezen, maar het is wel een boek dat blijft hangen.

Edith schreef:
"De procureur en de ik-figuur worden meer als slachtoffers voorgesteld: zij zijn hun goede genius in de vorm van hun echtgenote kwijt en dat heeft ze dusdanig ontworteld dat ze, in het geval van de politieman zeker en in het geval van de procureur
mogelijk, tot wandaden komen."

Dit vind ik een fraaie observatie: het goede van de man bestaat volgens dit boek uit zijn vrouw. Niks grijze zielen dus, man zwart, vrouw wit. Alleen de optelsom is grijs ;-)

*Grijns*. De roman als kleurplaat :-)

Nog meer over dit boek....: 

relevante links:

''Ik heb nog nooit een schoft of een heilige gezien. De dingen zijn nooit helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook…'' Met deze uitspraak van een van de subpersonages is niet alleen de titel, maar ook de kern verklaard van de roman Grijze zielen van de Franse auteur Philippe Claudel (1962).
En wellicht schuilt in die genuanceerde visie ook wel een deel van het succes. De roman was vorig jaar dé literaire sensatie in Frankrijk: de loftuitingen van de critici buitelden over elkaar heen, het publiek maakte het boek tot een bestseller (meer dan 250 duizend verkochte exemplaren), de boekhandelaren bombardeerden het tot 'de roman van het jaar' en ten slotte leverde het de schrijver ook nog eens de prestigieuze Prix Renaudot op.
(meer bij het Parool)

schrijver: 

boektitel: 

Grijze zielen

isbn: 

9789023452867

genre: