Henk van der Waal


Hup, daar trekken we je de
wijde wereld in. Hopla, daar ben
je verdreven uit je verzonken stad
en begin je te spartelen en te krijsen
als een vis op het droge, want jij begrijpt
wel dat waar wij je rotsgrond
en bakens beloven,

zich een moeras van
uitdijende taal uitstrekt waar je
niet in kunt zwemmen, noch op kunt lopen.
Hou daarom je binnenwereld nog maar even vast
met de lichtblauwe wijsheid van je vorsende blik,
want uiteindelijk zal hij toch met veel omhaal
van woorden van je af worden gepakt.


Henk van der Waal
uit: De windsels van de sfinx, Querido, Amsterdam, 1995


Die dichters toch. Altijd en eeuwig een haat-liefdeverhouding met het
materiaal waartoe ze zichzelf hebben veroordeeld. Zich overbewust van de
leugenachtigheid die woorden in zich kunnen dragen, verlangen ze naar een
staat van woordeloos begrijpen.
In dit gedicht uit zijn debuutbundel spreekt dichter, filosoof en vader Henk
van der Waal (1960) een pasgeborene aan die het idyllische Atlantis van voor
de geboorte zojuist heeft verlaten. Het gekrijs van de boreling is in de
ogen van de dichter een protest tegen wat er staat te gebeuren: het verlies
van intu´tieve, ongestoorde waarneming in en door een wereld van in woorden
aangeboden schijnzekerheden.
Van der Waal schrijft hier in parlandostijl, waarbij hij niet terugschrikt
voor een aantal staande uitdrukkingen: wijde wereld, verzonken stad, vis op
het droge. Als een (be)staande uitdrukking past in de context, waarom dan
niet, kan hij hebben gedacht. Het kan ook zijn dat de dichter heel goed weet
dat ook de woorden van dit gedicht de aangesprokene niet als baken dienen,
maar het moeras van het - onvermijdelijke - Grote Babbelen al aankondigen.




Edith
http://edithellen.hyves.nl 




 


Och, wat een mooi gedicht heb je weer voor ons uitgezocht. Maar ook zo, tsja, triest, teleurgesteld, hoe zal ik het zeggen. Niet iets om op een geboortekaartje te schrijven zeg maar :-)

Prachtig vind ik vooral:

> want jij begrijpt
> wel dat waar wij je rotsgrond
>en bakens beloven,

> zich een moeras van
> uitdijende taal uitstrekt waar je
> niet in kunt zwemmen, noch op kunt lopen.

Wapen je maar vast: de volwassenen kunnen je geen vastigheid,
voorspelbaarheid beloven. Of althans, ze kunnen dat wel beloven, maar die
belofte is loos.


bedankt, ik ga erover nadenken vandaag,

mooi dit:

> zich een moeras van
> uitdijende taal uitstrekt waar je
> niet in kunt zwemmen, noch op kunt lopen.


Op zich vind ik het wel een interessant gedicht, alleen is het wel droef
en negatief, ook in zijn stem legt hij veel droefheid als hij zijn
gedichten voorleest. Ik heb al enkele gedichten van hem gehoord en
gelezen. Ik vind een 'geboorte ' opwindend, meer positief, lief,
onschuldig ...dan dat deze dichter ons doet geloven in dit gedicht.

Het begin bijvoorbeeld:

> Hup, daar trekken we je de ( zoals het er hier staat lijkt het wel
een 'tangverlossing' )

> wijde wereld in. Hopla, daar ben
> je verdreven uit je verzonken stad ( dit vind ik weer een mooie zin en
> een prachtig beeld)

> Hou je binnenwereld nog maar even vast (vind ik ook een mooie zin en
> beeld, als het er zˇ zou staan is het al meer een positieve kijk.

Je kunt dit gedicht ook heel anders lezen, stel dat de dichter het als
metafoor gebruikt. Dus ik ga dit gedicht meerdere keren lezen of mijn
beeld juist is, zoveel intrigeert het me ook.


> Wapen je maar vast: de volwassenen kunnen je geen vastigheid,
> voorspelbaarheid beloven. Of althans, ze kunnen dat wel beloven, maar
> die belofte is loos.

Dat voel ik er ook wel in, maar wat als er geen taal was? Geen beloften,
geen loze woorden. Dan was er geen moeras, maar wat dan? een woestijn?
Geen boeken, geen... vul maar in.

 


Henk van der Waal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 17/10/07  Eisjen

 
Woensdag Gedichtdag