Willem van Toorn



Twee mannen in een landschap


Voor een goeie vriend maak ik hier
een weg tussen twee rijen bomen,
zo te zien populieren. Er komen
twee mannen aan. Het is zomer-
avond op dit papier.

De vraag is: hoe waar kan dit zijn.
Je twijfelt al of je daar loopt.
Maar wat niet bestaanbaar zou zijn
kan niet gedacht worden ook.
Neem aan dat jullie het zijn,
vader en zoon.

Vullen we verder aan:
Brabants land van toen,
paarden, een oude schuur,
wollig van mos, een geur
van warm rijp gras; daar gaan
ze samen doorheen, langzaam
pratend met elkaar.
Misschien kun jij ze verstaan.

Twintig jaar geleden,
ze hebben dus alle tijd:
niets gaat meer voorbij
in dat verplaatste heden.
Loop achter ze en luister
naar hun bedachtzaam spreken.
In hun andere dimensie
is er misschien een teken
voor jou dat ik hier niet zie.

Maar vergeef ze als het niet komt,
als ze niet uit kunnen spreken
de woorden die ontbreken
aan jouw veertig jaar leven.
(Vader.
Hoor je.
Waarom.)

Mannen praten niet zo,
niet zo vaak althans.
Misschien gaat het over de krant
of iets op de radio
van geen enkel belang.
Maar luister, tussen de woorden
zeggen de norse stiltes
wat jij al zo lang wil horen.
Luister dan.

De rode zon hangt laag
waar ze vandaan kwamen.
Tussen de lage huizen
vallen hun schaduwen samen.



Uit: Gedichten 1960-1997. Uitgeverij Querido, 2001



In oktober 2006 heeft Leidje, ontdekte ik, ook een gedicht van Van
Toorn gekozen. Een ander gedicht, uiteraard, en zo lang geleden dat ik
niet denk dat het erg is dat het nogmaals gebeurt. Alleen in de
biografie zullen onvermijdelijk overlappingen zitten. Ik werd echt
gegrepen door bovenstaand gedicht.
De dichter schetst voor een goede vriend een situatie in het verleden.
De vriend laat hij er als het ware boven zweven, in de hoop dat deze
iets duidelijk wordt. Er zit de vriend iets dwars in de relatie met
zijn vader. Door luchtlagen van tijd probeert de dichter de vriend te
laten luisteren naar dat wat lang geleden ongezegd bleef.
Ik vind het een ontroerend verwoord beeld van een vader en een zoon en
de onmacht tussen die twee. Ondanks de afstand door tijd en dood is er
intimiteit. Het is ook een troostend gedicht, juist door de poging van
de dichter. En ook door de twee eerste regels van de vijfde strofe:
"Maar vergeef ze als het niet komt, als ze niet uit kunnen
spreken...". Er staat "ze", dus de vriend mag ook zichzelf vergeven.
Het hele gedicht ademt mededogen.

Willem van Toorn werd in 1935 geboren in Amsterdam als zoon van een
groentehandelaar annex kleermaker. Zijn ouders kwamen uit Tiel in de
Betuwe. Als jonge jongen bracht Willem vaak de vakanties door bij zijn
grootouders. Het rivierengebied kwam hem zo als het ware in het bloed
te zitten. Toen hij 10 was begon hij 'versjes' te schrijven.
Hij werkte kort als chemisch analist. Daarna volgde hij alsnog de
onderwijzersopleiding aan de kweekschool in Amsterdam en werkte hij
achtereenvolgens als onderwijzer in Lheebroek (Drenthe), Lisse en
Hoofddorp. Hij haalde M.O.-A Nederlands en was enkele jaren docent
Frans in Haarlem. Ook werkte hij in de redactie bij uitgeverij
Wolters. Sinds 1971 is hij fulltime schrijver en vertaler.

Bron: www.levenlang.nl (auteursportretten in woord en beeld: mooie
site met veel beeldmateriaal, radio- en interviewfragmenten.)

Bert van Weenen schreef in het internet-magazine Meander het volgende:
'Van Toorns gedichten bestaan vaak uit compact geformuleerde scŤnes.
Daarin verraadt zich de prozaschrijver Van Toorn, die een tijdje
terug, in 1999, nog indruk maakte met zijn grote roman 'De rivier'.
Rivieren, huizen en landschappen, het zijn veel voorkomende elementen
in zijn poŽzie, waarin de werkelijkheid om ons heen wordt beschreven
als fictie, als een tafereel uit een toneelstuk.'
Dit is overigens helemaal een mooi en boeiend artikel als je meer wilt
weten over het dichterschap van Willem van Toorn. Juist die scŤnes,
een tafereel voor ogen toveren, en dat heel geconcentreerd beschrijven
in de compacte vorm van een gedicht en daarbij prachtig gebruik weten
te maken van klank en ritme van taal, dŠt vind ik zo mooi aan zijn
poŽzie.

Bernique


ja, sterk, interessant en wonderschoon.


Sfeervol en aansprekend gedicht. De zoon wil horen dat de vader hem waardeerde?
Alleen met de richting heb ik moeite. ''Er komen twee mannen aan'', die
komen 'me' dus tegemoet, maar in de vierde strofe zegt van Toorn: loop
achter ze aan. Dan kom ik met mijn beeld in de knoop, moet ik eerst over ze
heen vliegen en me dan omdraaien. Hoe deden jullie het?


Als ik dit gedicht lees denk ik eigenlijk heel anders dan jij Bernique,
maar ik weet niet of jij jouw verklaring van Van Toorn zelf hebt? Hoe
dan ook, ik zie een schrijver die karakters/verhaalpersonen probeert te
vormen. Eerst creŽert hij de omgeving, en daar komen twee mannen aan.
Hij vraagt zich af of het geloofwaardig is wat hij schrijft, praat zelfs
tegen zijn karakters. En langzamerhand komen er steeds meer details in
het verhaal. Het verhaal vormt zich. Hij volgt als het ware zijn twee
hoofdpersonen en weet zelf nog niet of er iets zinnigs uit voort zal
komen, maar wie geduldig de verbeelding zijn gang laat gaan kan
misschien iets zinnigs horen/schrijven, al is dat nooit gegarandeerd. Zo
heb ik het opgevat.


> Sfeervol en aansprekend gedicht. De zoon wil horen dat de vader hem > waardeerde?

ja, dacht ik ook
een postuum erkenning zoeken?

> Alleen met de richting heb ik moeite. ''Er komen twee mannen aan'',
> die komen 'me' dus tegemoet, maar in de vierde strofe zegt van
> Toorn: loop achter ze aan. Dan kom ik met mijn beeld in de knoop,
> moet ik eerst over ze heen vliegen en me dan omdraaien. Hoe deden
> jullie het?

ik stond naast / zweefde boven het pad, eerst misschien zelfs niet
eens 'in' het beeld maar erbuiten
want de twee mannen lopen imo in een andere tijd:

> Twintig jaar geleden,
> ze hebben dus alle tijd:
> niets gaat meer voorbij
> in dat verplaatste heden.

een hiernamaals.hiervoormaals?

> Loop achter ze en luister
> naar hun bedachtzaam spreken.
> In hun andere dimensie

ik ervaar ook een andere dimensie

> is er misschien een teken
> voor jou dat ik hier niet zie.

ff gegoogled, maar misschien is dit niet het soort schilderij
waarnaar hij verwijst (?)

http://tinyurl.com/6z3kys

want niet nederlands/brabants denk ik

maar v.d. toorn zegt zelf nog meer over (in landschap als geheugen p.70)

http://www.dbnl.org/tekst/toor005lees01_01/toor005lees01_01_0002.htm

over een tekening van constantijn huygens (zuilichem) die ik helaas niet kan vinden. maar de huygensen passen wel in het vader-zoon thema?

kortom, genoeg food for thought.


>> Loop achter ze en luister >> naar hun bedachtzaam spreken.

> Alleen met de richting heb ik moeite. ''Er komen twee mannen aan'',
> die komen 'me' dus tegemoet, maar in de vierde strofe zegt van
> Toorn: loop achter ze aan. Dan kom ik met mijn beeld in de knoop,
> moet ik eerst over ze heen vliegen en me dan omdraaien. Hoe deden
> jullie het?


Wat jij zegt heb ik niet opgemerkt, maar er nu wel over nagedacht. Dat er
twee mannen aankomen ziet de dichter vanuit de tijd of de hoogte waar hij
zelf zit. Het is een beeld wat hij oproept. Als je vervolgens zou
lezen : Ga achter ze aan lopen, dan kan het, vind ik. Ik hoop dat jij
dat ook vindt, anders zou ik het ook niet weten. Dan moeten we het als
dichterlijke vrijheid bestempelen. Slim van je, trouwens.


> Als ik dit gedicht lees denk ik eigenlijk heel anders dan jij
> Bernique, maar ik weet niet of jij jouw verklaring van Van Toorn
> zelf hebt? Hoe dan ook, ik zie een schrijver die karakters/
> verhaalpersonen probeert te vormen. Eerst creŽert hij de omgeving,
> en daar komen twee mannen aan. Hij vraagt zich af of het
> geloofwaardig is wat hij schrijft, praat zelfs tegen zijn karakters.
> En langzamerhand komen er steeds meer details in het verhaal. Het
> verhaal vormt zich. Hij volgt als het ware zijn twee hoofdpersonen
> en weet zelf nog niet of er iets zinnigs uit voort zal komen, maar
> wie geduldig de verbeelding zijn gang laat gaan kan misschien iets
> zinnigs horen/schrijven, al is dat nooit gegarandeerd. Zo heb ik het
> opgevat.


Ja, zo kan het ook, denk ik , maar ik vind het persoonlijk wel
onwaarschijnlijk. De dichter richt zich tť duidelijk tegen zijn goeie
vriend. En hij richt zich in zijn praten ook met jij en jou alleen
tegen diezelfde goeie vriend. Niet tegen de vader, die in mijn opinie
imaginair blijft. Maar welke visie ook, waar het om gaat is dat het je
iets doet.


> ff gegoogled, maar misschien is dit niet het soort schilderij
> waarnaar hij verwijst (?)
> http://tinyurl.com/6z3kys
> want niet nederlands/brabants denk ik


Grappig vond ik dit! Hoe kom jij toch altijd aan al die vondsten op
internet? Jij geeft zo vaak links door! Maar ik denk echt dat dit
gewoon toeval is. Ik had een beeld voor ogen van modernere tijden en
een hedendaagse vader en zoon. Dat hou ik maar zo.


> Grappig vond ik dit! Hoe kom jij toch altijd aan al die vondsten op
> internet?
> Jij geeft zo vaak links door!

ik google wat af ;-)
willem van toorn is ook een schilder?
nee. weer ff gegoogled. zijn broer is beeldend kunstenaar

en dit

> Vullen we verder aan:
> Brabants land van toen,
> paarden, een oude schuur,

maakte dat ik dacht dat de wandeling van die twee mannen in het
(verre) verleden plaats kon vinden
voor dit schilderij heb ik dus bij google 'twee mannen in een
landschap' ingetikt. ;-)

> Maar ik denk echt dat dit gewoon toeval is. Ik had een beeld voor
> ogen van modernere tijden en een hedendaagse vader en zoon. Dat hou
> ik maar zo.

jazeker
we maken allen ons eigen gedicht al lezend.



 

 
 


Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 17/09/08  Eisjen

 
Woensdag Gedichtdag