J.C. Bloem


Eenzaamheid

Er is een licht en een gerucht van leven
De straten langs der schemerende stad;
De lippen lachen en de monden beven
Van wat de dag te lang verzwegen had.

Vanuit het nauwe duister van de stegen
Dringen de drommen naar de helle straat,
Naar de betovering der lichte wegen,
Die als een streling langs de slapen gaat.

Nu zijn de harten van het voorjaar dronken
En kunnen feesten boven dood en leed.
Een vrijheid van geluk wil zijn verschonken
Aan wie zijn handen slechts te strekken weet.

Van mensen is op straat īt bevriend gewemel:
De dagtaak slaakte haar gevangenis;
En boven glanst een smalle strook van hemel,
Die blauw en teer als een verlangen is.

Nochtans hervind ik me in mijn eenzaam dwalen,
Terwijl het jaar zich wentelt naar het licht,
Terwijl de dagen van herschepping stralen
En een bekoring om de nachten ligt.

Toch, daar ga ik, verworpen en verlaten,
Vind ik ťťn troost, te midden van den schijn
En het rumoer der mensenvolle straten:
Dat deze dagen toch niet ijdel zijn.

Misschien dat al dit dolen, al dit zwerven,
Al wat ik zů begeer en niet geniet,
Mij slechts gebeurt om īt eeuwig te verwerven
In ritme en rijmen van dit ene lied.

Misschien. Maar nu kan ik alleen gevoelen,
Dat zoveel zaligheid voorbij mij glijdt.
Ik rijp in eenzaamheid voor duistre doelen,
Maar dit gaat nimmer zonder bitterheid.

In: Verzamelde gedichten
13e druk 1994
Atheneum - Polak en Van Gennep


Een 'ouderwets' gedicht vandaag, zeker in vergelijking tot de keuze van
Edith vorige week. Op de achterkaft van deze bundel staan een aantal
kwalificaties over Bloem. Bijvoorbeeld van Anton Korteweg:
'Er is geen dichter die het besef van existentiŽle ontgoocheling
indringender heeft verwoord.'
Of van Ad Zuiderent:
'Bloem is voor mij een soort laatste hulp in poŽzie. Bij slechte lezing een
gevaarlijke steun voor gelatenheid, bij betere lezing een wedijver met de
poŽzie en met het leven'

Wat mij zelf frappeert in dit gedicht is de afstand tussen de dichter en de
wereld. Een klassiek (romantisch?) thema waarvan ik me altijd afvraag hoe
dergelijke dichters dat in hun dagelijks leven deden. Is dat zwerven een
metafoor, of was het reŽel? Is poŽzie als het ware een zwerftocht 'naar
binnen', in jezelf, waar andere mensen je niet kunnen volgen en je _dus_
altijd eenzaam bent?
De poŽzie als een soort vervanging voor het leven waaraan andere mensen deel
hebben? Ik blijf het fascinerend vinden. Iets van die vervreemding ten
opzichte van de wereld, die de dichter zelf zoekt en die toch ook, zoals bij
Bloem, bitterheid opwekt, proef ik ook nog wel in veel moderne poŽzie,
hoewel die volgens mij een heel andere kunstopvatting heeft vaak.
Verder vind ik dit gedicht mooi om de sfeer, de ouderwetse bloemrijke taal,
en sommige zinnen die me echt aanspreken, zoals 'Terwijl de dagen van
herschepping stralen' of 'Ik rijp in eenzaamheid voor duistre doelen'. Dat
vind ik vindingrijke taal, waar ik een poosje op moet kauwen voor ik het me
eigen heb gemaakt. Daar hou ik van in een gedicht.
Ik ben benieuwd wat jullie vinden!

Hanne




> Een 'ouderwets' gedicht vandaag, zeker in vergelijking tot de keuze
> van Edith vorige week.


ja, die vormvastheid doet verouderd aan. en ook de woordkeuze denk ik.

> Nu zijn de harten van het voorjaar dronken
> En kunnen feesten boven dood en leed.
> Een vrijheid van geluk wil zijn verschonken
> Aan wie zijn handen slechts te strekken weet.

deze strofe maakt dat ik associaties heb met de bevrijding van 1945?
voorjaar, feest, vrijheid?
maar ook als dat niet zo is is het toch mooi gezegd. voorjaar als
bevrijding van de winter.

maar met dat 'verschonken' wist ik niet goed raad? snap jij dat hanne?

> Van mensen is op straat īt bevriend gewemel:
> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

dat 'slaakte' snap ik ook niet

> Misschien. Maar nu kan ik alleen gevoelen,
> Dat zoveel zaligheid voorbij mij glijdt.
> Ik rijp in eenzaamheid voor duistre doelen,
> Maar dit gaat nimmer zonder bitterheid.

deze dichter kon goed ongelukkig zijn.
en ook goed verwoorden hoe eenzaam dat kan voelen tussen feestende
mensen en mooie dingen:

> En boven glanst een smalle strook van hemel,
> Die blauw en teer als een verlangen is.

mooi!

> Wat mij zelf frappeert in dit gedicht is de afstand tussen de
> dichter en de wereld. Een klassiek (romantisch?) thema waarvan ik
> me altijd afvraag hoe dergelijke dichters dat in hun dagelijks
> leven deden.

in de wiki staat daar het e.e.a. over

> Is dat zwerven een metafoor, of was het reŽel?

imo reŽel

> Is poŽzie als het ware een zwerftocht 'naar binnen', in jezelf,
> waar andere mensen je niet kunnen volgen en je _dus_ altijd eenzaam
> bent?
> De poŽzie als een soort vervanging voor het leven waaraan andere
> mensen deel hebben? Ik blijf het fascinerend vinden. Iets van die
> vervreemding ten opzichte van de wereld, die de dichter zelf zoekt
> en die toch ook, zoals bij Bloem, bitterheid opwekt, proef ik ook
> nog wel in veel moderne poŽzie, hoewel die volgens mij een heel
> andere kunstopvatting heeft vaak.
> Verder vind ik dit gedicht mooi om de sfeer, de ouderwetse
> bloemrijke taal, en sommige zinnen die me echt aanspreken, zoals
> 'Terwijl de dagen van herschepping stralen' of 'Ik rijp in
> eenzaamheid voor duistre doelen'. Dat vind ik vindingrijke taal,
> waar ik een poosje op moet kauwen voor ik het me eigen heb gemaakt.
> Daar hou ik van in een gedicht.


ik ook. :-)


>> Nu zijn de harten van het voorjaar dronken
>> En kunnen feesten boven dood en leed.
>> Een vrijheid van geluk wil zijn verschonken
>> Aan wie zijn handen slechts te strekken weet.

> deze strofe maakt dat ik associaties heb met de bevrijding van 1945?
> voorjaar, feest, vrijheid?
> maar ook als dat niet zo is is het toch mooi gezegd. voorjaar als
> bevrijding van de winter.


Ja, misschien wel. Die associatie had ik zelf niet zo gelegd maar het zou
goed kunnen.

> maar met dat 'verschonken wit ik niet goed raad? snap jij dat hanne?

Ik dacht aan een dichterlijke variatie op 'geschonken', in de zin van
'weggeschonken', 'vergeven zijn'. Met daarmee ook de associatie van verloren
voor degene die het geeft, die gewoon 'geschonken' minder heeft imo.
De filosoof Georges Bataille heeft mooie - hoewel ondoorgrondelijke - dingen
geschreven over 'verspilling', wat hij ziet als een maatschappelijk
noodzakelijke dynamiek die hij in verband brengt met uitbundig, overdadig
feesten (zoals carnaval) maar ook met seksualiteit en dood. Daar moet ik bij
deze strofe ook aan denken. Dood en leed zijn altijd aanwezig, maar daar is
ook de vrijheid voor degene die haar willen grijpen, die hun handen
uitstrekken. Die kunnen vervolgens feesten, maar nooit zonder het besef van
dood en leed op de achtergrond. Die twee raken als het ware onlosmakelijk
verweven. Zoals voor de dichter het genot van zijn poŽzie met de eenzaamheid
en de bitterheid.

>> Van mensen is op straat īt bevriend gewemel:
>> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

> dat 'slaakte' snap ik ook niet

Nee, ik ook niet. Ik heb er een beeld bij van fabriekspoorten (de dagtaak)
die opengaan aan het eind van de dienst, mensen die daar overdag gevangen
zitten en vervolgens vrij zijn om de straat op te gaan. Maar 'slaakte' als
woord in combinatie met gevangenis... nee, daar heb ik geen verklaring voor.
Misschien een andere grrl die een idee heeft?


> deze dichter kon goed ongelukkig zijn.

Ja, daīs ook een kwaliteit ;-) zeker als het mooie gedichten oplevert.

>> Is dat zwerven een metafoor, of was het reŽel?

> imo reŽel

Gek dat ik me dat bij dichters uit de Romantiek goed voor kan stellen (het
beeld van de 'Wanderer' uit de duitse traditie), maar als ik de foto van
Bloem zie op de voorkant van mijn uitgave (ouderwetse bril, colbertje,
stropdas) heb ik er veel meer moeite mee om hem letterlijk langs de straten
te zien zwerven. Vandaar dat ik dacht: misschien toch meer een metafoor...


>> maar met dat 'verschonken wit ik niet goed raad? snap jij dat hanne?

> Ik dacht aan een dichterlijke variatie op 'geschonken', in de zin
> van 'weggeschonken', 'vergeven zijn'. Met daarmee ook de associatie
> van verloren voor degene die het geeft, die gewoon 'geschonken'
> minder heeft imo.


aah dank
het voorvoegsel 'ver' betekent ook iets verkeerds? vergeefs
geschonken? zoiets?

> De filosoof Georges Bataille heeft mooie - hoewel ondoorgrondelijke
> - dingen geschreven over 'verspilling', wat hij ziet als een
> maatschappelijk noodzakelijke dynamiek die hij in verband brengt
> met uitbundig, overdadig feesten (zoals carnaval) maar ook met
> seksualiteit en dood. Daar moet ik bij deze strofe ook aan denken.
> Dood en leed zijn altijd aanwezig, maar daar is ook de vrijheid
> voor degene die haar willen grijpen, die hun handen uitstrekken.
> Die kunnen vervolgens feesten, maar nooit zonder het besef van dood
> en leed op de achtergrond. Die twee raken als het ware
> onlosmakelijk verweven. Zoals voor de dichter het genot van zijn
> poŽzie met de eenzaamheid en de bitterheid.

aah dank alweer

>>> Van mensen is op straat īt bevriend gewemel:
>>> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

>> dat 'slaakte' snap ik ook niet

> Nee, ik ook niet. Ik heb er een beeld bij van fabriekspoorten (de
> dagtaak) die opengaan aan het eind van de dienst, mensen die daar
> overdag gevangen zitten en vervolgens vrij zijn om de straat op te
> gaan. Maar 'slaakte' als woord in combinatie met gevangenis... nee,
> daar heb ik geen verklaring voor. Misschien een andere grrl die een
> idee heeft?

ik vind op internet:

slaken
lozen, uitbrengen, uiten, uitstoten
ontbinden, losmaken
Gevonden op http://www.heelom.com/Echo/zoekrobot/woo

Slaken
Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord]
[gelijkvloeiend] (ik slaakte, heb geslaakt), (in de dichtkunde.)
loslaten; ontbinden; iemands boeijen -; [figuurlijk] zuchten -.
*...KING, v. [geen meervoud] het slaken, losmaking.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/

SLAKEN
-losmaken -lozen -vorm van slak -Nederlands werkwoord -ontboezemen -
ontslaken -uiten -vieren (teugels) -boeien losmaken
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoor

>>> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

zoiets als: maakte zich los uit haar gevangenis ?

> Gek dat ik me dat bij dichters uit de Romantiek goed voor kan
> stellen (het beeld van de 'Wanderer' uit de duitse traditie), maar
> als ik de foto van Bloem zie op de voorkant van mijn uitgave
> (ouderwetse bril, colbertje, stropdas) heb ik er veel meer moeite
> mee om hem letterlijk langs de straten te zien zwerven. Vandaar dat
> ik dacht: misschien toch meer een metafoor...

uit de wiki blijkt dat hij niet zo honkvast was en zeker een
romanticus ondanks dat burgerlijke uiterlijk.


>> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

> zoiets als: maakte zich los uit haar gevangenis ?


De dagtaak liet de mensen vrij ,
de dagtaak zat erop.


>>> De dagtaak slaakte haar gevangenis;

>> zoiets als: maakte zich los uit haar gevangenis ?

> De dagtaak liet de mensen vrij ,
> de dagtaak zat erop.


aaah. natuurlijk. dank.
 


Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 17/09/08  Eisjen

 
Woensdag Gedichtdag