Adriaan Roland Holst



Bitterheid?

Een stille kleine wildernis
vol rozen en niet ver van zee -
een kamer en een vensternis
waar langvervlogen wel-en-wee
weer intrekt als het avond is:
van een veelbelovend leven
is tenminste dit gebleven.

Adriaan Roland Holst
Uit: Alleen met de zee
Amsterdam: G.A. van Oorschot
1988, samenstelling en nawoord door Kees Fens

Dit korte gedicht van Roland Holst spreekt me aan omdat ik er onmiddellijk
een beeld bij krijg in mijn fantasie, van een klein wit huisje met een
verwilderde tuin, tegen de duinrand aan, tegen de achtergrond van de
omgeving van Bergen (NH), die me bekend is omdat ik daar op school heb
gezeten (de Adriaan Roland Holstschool geheten trouwens ;-)). Ik weet wel
dat het niet gezegd is dat de dichter het hier over zichzelf heeft, maar
omdat ik weet dat hij in Bergen woonde krijg ik toch onmiddellijk dat
beeld erbij. De eerste twee regels lijken eigenlijk idyllisch: stil,
klein, rozen, niet ver van zee... een toevluchtsoord. In de derde regel
komt de weemoed erin geslopen: wel en wee, en de laatste twee regels doen
enige bitterheid vermoeden: 'tenminste dit' is gebleven, dat suggereert
dat degene waar het over gaat grotere plannen met zijn leven had (zie ook
het veelbelovend leven), misschien licht teleurgesteld is om aan het eind
van zijn leven te zien wat is overgebleven: de rozen, de stilte, de zee,
niet meer. Ik vind het vraagteken van de titel mooi: de dichter weet zelf
niet eens zeker of het wel echt bitterheid is, īs avonds met het wel en
wee en de terugblik op een veelbelovend leven. Ik proef er ook iets
onvermijdelijks in: elk veelbelovend leven komt immers onherroepelijk op
een gegeven moment tot zijn grens. Maar ik ken ook heel veel mensen die
tegen het eind van hun leven juist de waarde van de kleine dingen (bv. de
rozen, de stilte) gaan waarderen en datgene waar ze veelbelovend in waren
(carriŤre, status, rijkdom etc.) gaan relativeren. Dat lees ik ook een
beetje in het vraagteken van de titel: natuurlijk is van het veelbelovend
leven maar iets heel bescheidens overgebleven, maar misschien is dat niet
eens zo erg, en daarom niet echt reden tot bitterheid. Wat me er denk ik
ook in aanspreekt is het evalueren van het eigen leven. Kees Fens schrijft
in zijn nawoord bij de bundel waar dit gedicht uitkomt over de latere
gedichten (ik weet niet uit welk jaartal dit gedicht komt): 'De
confrontatie tussen wie ik ben en zou moeten zijn, uit de vroegere poŽzie
bekend, is er hier een tussen wie ik was en ben geworden'. Dat laatste
lees ik ook in dit gedicht. Ik herken zelf beide vormen van zelfevaluatie,
hoewel ik qua leeftijd misschien eerder in het stadium ben van 'de
confrontatie tussen wie ik ben en zou moeten zijn'. Maar toch, als ik
terugkijk op mezelf van pakweg 10 jaar geleden en dat vergelijk met nu, is
er ook al een zekere weemoed. Geen bitterheid overigens.. of toch soms?
Net als de dichter zet ik daar een vraagteken achter ;-) Meer gedichtgrrls
die zich hierdoor aangesproken voelen? Ik ben benieuwd naar jullie
reactie, maar aangezien ik morgen/vandaag (woensdag) de hele dag weg ben
kan ik eventuele reactiemails pas donderdag beantwoorden.



Hanne

 

 

Wat mooi toch te lezen hoe verschillend een gedicht mensen kan raken. Het
huisje tegen de duinen aan zag ik ook, al was het bij mij niet wit maar
van donkerrode baksteen :-) Ik dacht eigenlijk dat het leegstond, de
stille kleine wildernis vol rozen, de vensternis, op de een of andere
manier deed dat me ouderwets leeg aan. Ik denk dat het komt door het
gebruik van 'langvervlogen' in het wel en wee, ik kreeg daar het beeld bij
van een leegstaand huisje waar 's avonds de 'resten'/'geesten' van al dat
lang vervlogen wel en wee ineens te tsja, beleven, doorleven, te
herinneren zijn. Overdag komt daar niets van, met honden, badgasten, zon,
wind, dat nodigt niet uit tot herbeleven van langvervlogen herinneringen.
Het huis als onderwerp, als denker, zeg maar. Het huis vraagt zich af of
het bitter moet zijn omdat het, ondanks al het wel en wee dat daar in
langvervlogen dagen heeft plaatsgevonden, nu leeg staat. Ach, het heeft
tenminste nog herinneringen. Zo'n beeld kreeg ik hierbij dus :-)


Een mooi en herkenbaar gedicht.
Heb er zo mijn eigen hersenspinselen bij.
Die voor mij herinneringen oproepen en ik denk zo dat in de duisternis van
het gedichtje ook hier weer herinneringen terugkomen en in de stille
beslotenheid van het huisje je weer op jezelf terug geworpen wordt.


Wat ik eigenlijk niet zo mooi vind is de titel.
Voegt voor mij niets toe, expliciteert iets dat ik onnodig vind
en dan nog met een vraagteken erachter
Maar verder vind ik het mooi.
Mooi strak metrum, mooi rijm, niet te nadrukkelijk.

> waar langvervlogen wel-en-wee
> weer intrekt als het avond is:

Ik lees erin dat iemand/de persona oud geworden is en zich zijn leven
herinnert.

> van een veelbelovend leven
> is tenminste dit gebleven.

Ik heb ff gegoogeld:

http://www.xs4all.nl/~nil/index1.htm

Geeft veel info

De Wikipedia geeft deze lijst van prijzen:

1927 - Prijs van Amsterdam voor De wilde kim
1938 - D.A. Thiemeprijs voor Een winter aan zee
1945 - Verzetsprijs voor letterkundigen voor Helena's inkeer
1948 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
1955 - P.C. Hooftprijs voor Late telgen
1959 - Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
1961 - PoŽzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Omtrent de grens
1964 - PoŽzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Onderhuids

Wat maakt dat ik me niet kan voorstellen dat de dichter aan zichzelf
dacht toen hij de twee laatste regels schreef.


Word altijd een beetje sentimenteel van zo'n stukje RH- poŽzie. Was ooit
('k was 17 of zo) verliefd op 'Zwerversliefde'. "Laten wij zacht zijn voor
elkander, kind -" Deed zelfs mee aan 'n declamatiewedstrijd (3e prijs).
Uiteraard was ik destijds ook verliefd op een of ander knakkertje en zo
mooi toch, al die a's en 'zetten'. Net weemoedige muziek. Ook in
Bitterheid? tref je die klankherhaling. Mooi hoor, maar deze lezer gaat
niet meer plat voor dit soort raffinement .Mooi plaatje (dat huisje in
Bergen, natuurlijk). Beetje geparfumeerd. Beetje aanstellerig. Ach ja,
times are changing. Jammer dan.


Je toelichting op dit kleine gedicht vind ik heel duidelijk. Voor het
grootste deel ben ik het met je eens, ik wil alleen een opmerking maken
n.a.v. Kees Fens' nawoord en jouw gedachten daarbij. Fens: 'De
confrontatie tussen wie ik ben en zou moeten zijn, uit de vroegere :
poŽzie bekend, is er hier een tussen wie ik was en ben geworden'.

Jij schrijft: "Dat laatste lees ik ook in dit gedicht. Ik herken zelf
beide vormen van zelfevaluatie, hoewel ik qua leeftijd misschien eerder in
het stadium ben van 'de confrontatie tussen wie ik ben en zou moeten
zijn'. Maar toch, als ik terugkijk op mezelf van pakweg 10 jaar geleden en
dat vergelijk met nu, is er ook al een zekere weemoed. Geen bitterheid
overigens, of toch soms? Net als de dichter zet ik daar een vraagteken
achter ;-) Meer gedichtgrrls die zich hierdoor aangesproken voelen?"

Ja en nee, ik! Confrontatie: wie ik was en ben geworden.
Dat 'ben geworden' vind ik zo bitter gezegd van Fens! Als je schrijft "ben
geworden" is het net of je af bent op een bepaald moment, zo van: meer is
er niet van te maken, dit was het dan. De dichter formuleert het ook niet
zo definitief, ik heb nu het gevoel dat hij zelfs een beetje koketteert
met zijn beroemdheid. Hij heeft het toch behoorlijk goed voor elkaar, zou
je denken. Bij het ouder worden de rust en de aandacht vinden voor de
'stille kleine wildernis' is mooi meegenomen als de benen niet meer zo
kunnen draven, maar zolang je hoofd nog bij de tijd is, ben je nog aan het
'worden'. (Nog) geen tijd voor bitterheid. Dus geen vraagteken. Ik vind er
ook iets ondankbaars in doorklinken, naast dat koketteren. Je zit in je
eigen paradijsje lekker oud te worden, wie heeft er zo'n plek? Beetje
bitterheid? Vraagteken dan.


>hoewel ik qua leeftijd misschien eerder in het stadium ben
> van 'de confrontatie tussen wie ik ben en zou moeten zijn'. Maar toch,
> als ik terugkijk op mezelf van pakweg 10 jaar geleden en dat vergelijk
> met nu, is er ook al een zekere weemoed. Geen bitterheid overigens.. of
> toch soms? Net als de dichter zet ik daar een vraagteken achter ;-) Meer
> gedichtgrrls die zich hierdoor aangesproken voelen?

Ja, maar ik voel geen bitterheid. Constateer wel dat het werk verdampt is
terwijl de mensen in mijn leven belangrijk zijn gebleven. Als het over
zou mogen zou ik het werk wat luchtiger opnemen.

 


 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 05/09/07  Eisjen

 
Woensdag Gedichtdag