Ook kwamen veel van zijn akties voort uit ongenoegen.
Hij pakte straten aan waar te hard gereden werd. Dat kostte mij
nog een oude bontjas, die hij in stukken geknipt op het wegdek plakte.
Hij goot er rode verf over om automobilisten een schuldgevoel te
bezorgen. Dieren konden immers het slachtoffer worden van het rijgedrag.
De plantsoenendienst liep in die jaren nog regelmatig met
onkruidverdelgers.
Willem ging ze te lijf door royaal zaad van wilde bloemen rond te
strooien.
Ook de tegelpaden van de wijk waar wij woonden, hadden te lijden van
handenvol papaverzaad.
Op een ochtend bracht de post een envoloppe van Willem. "Wat schrijft
hij?" vroeg Jan.
Ik schudde er eens mee. "Er zit geen brief in, maar zaad".
Het schudden maakte een droog ritselend geluid. "Wat een droogkloot" was het
kommentaar.
Frieda
van Voorst