WG-grrls "HET"
cadeau voor de Sint of, als je op iets langere en iets minder
Nederlandse termijn denkt, voor de Kerst. Het is een boek waar denk ik
geen poëzie-grrl zonder zou willen. Paul Claes heeft in dit boek tachtig
klassieke gedichten uit onze literatuur verzameld en toegelicht. Bij
elke dichter iets over zijn leven en zijn werk. Dan een bekend gedicht
waarnaast de situering, een verhelderend stukje technisch commentaar,
dan de thematiek en als laatste de nawerking.
Ik geniet al avonden
lang van telkens één of meer dichters voor het slapen gaan. Als
voorbeeld Jan Jacob Slauerhof:
Leven:
Deze
symbolistisch-romatische dichter en prozist was de zoon van een
behanger-stoffeeerder. Slaurhoff studeerde medicijnen in Amsterdam. De
'Rimbaud van Ljouwert' bevoer als scheepsarts alle wereldzeeën. Van 1950
tot 1935 was hij gehuwd met de danseres Darja Collin, dochter van een
Oostenrijks schrijver. Astmatische aanleg en een ongeregeld leven
vervroegden zijn dood.
Werk:
Slauerhoffs
antiburgerlijke lyriek is beïnvloed door Rilke en de Franse poètes
maudits Verlaine, Rimbaud, Corbière en Laforgue. Zijn hoofdthema is de
onvrede met de omgeving en de rusteloze zoektocht naar geluk elders: in
exotische streken, op zee, in het verleden, in de liefde, in de poëzie
zelf. Zijn anticonformisme blijkt uit zijn gewild slordige, dwarse stijl.
Vervolgens het
gedicht:
Woninglooze
Alleen in mijn
gedichten kan ik wonen,
nooit vond ik ergens anders onderdak;
voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
een tent werd door den stormwind meegenomen.
Alleen in mijn
gedichten kan ik wonen.
Zoolang ik weet dat ik in wildernis,
in steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.
Het zal lang duren,
maar de tijd zal komen
Dat voor den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
waarmee 'k weleer kon bouwen, en de aarde
mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in 't donker openbreekt.
Ernaast de situering:
"Woninglooze" werd
het eerst gepubliceerd in Groot Nederland (december 1934) en gebundeld
in Gedichten 1 (1941).
De techniek:
Dit sonnet heeft een
vreemd rijmschema: abba acac addeeed. Een van de rijmen is onzuiver (onen
- omen). De jambische maat is voor Slauerhoffs doen vrij regelmatig, de
stijl weinig versiert.
De thematiek:
Slauerhoff is in dit
belijdenisgedicht nog radicaler dan in het gedicht 'In Nederland wil ik
niet leven', met de regel: 'k Ga liever leven in de steppen. De
sociaal aangepaste dichter kan nergens aarden: niet in het eigen land en
niet daarbuiten. Alleen de lyriek is een verbeelde woning in woorden.
Als de inspiratie ten slotte wegvalt, blijft alleen het graf over als
laatste toevluchtsoord.
De nawerking:
Twee Vijftigers
reageerden op de aanvangsregel: Jan G. Elburg met Woorden zijn
zonderlinge woningen in "Korte autobiografie' (Laag Tibet, 1952) en Hugo
Claus met Onbewoonbare huizen zijn de woorden (in de cyclus "Spreekwoorden',
Paal en perk, 1951). H.H. ter Balkt schreef: Woorden zijn echte
huizen maar de pakhuizen staan nu leeg ("Jaar 1000", Laaglandse
hymnen, 1993). C.O. Jellema besloot zijn sonnet "'s Zomers fietste
mijn moeder naar Leeuwarden" met het vers Alleen in mijn
gedichten kan ik wonen.
Het schitterende
boek begint met het anonieme gedicht: Wie vertrouwt hem die geen nest
heeft? (Laatste kwart elfde eeuw) en eindigt met de
Chrysanten Roeiers van Hans Faverey (14 september 1933 / 8 juli 1990).
Het is prachtig gebonden, met een mooi lint dat je aanwijst waar je
gebleven bent en op de omslag de illustratie van Jacob Maris 'Slatuintjes
bij Den Haag'.
Werkelijk grrls het
hebben waard. Vraag het aan de Sint!
ISBN 978 90 234 3288 3.

Eisjen
november 2008