5
mei komt weer dichterbij en natuurlijk verschijnen er weer allerlei
boeken over WOII.
Ik ken niemand anders dan
Marjan Berk die een dergelijk onderwerp met de
nodige humor en delicatesse bij de lurven kan nemen. Bij de lurven nemen
doet ze de lezer ook. In twee uur had ik het uit en wist ik waarom Lena
haar leven met praten vult als het haar allemaal te veel wordt.
Het boek begint met:
"'Eh..' De psyhciater probeerde een wig te drijven in de opgewonden
monoloog. Tevergeefs. Lena gedoogde geen onderbreking.
'Afwijzing. Een afgewezen kind. Dat is mijn deel. Een open wond. Komt
nooit meer goed!'.
'Maar....'
Hij kwam niet aan het woord en verbaasde zich hoe het mógelijk was voor
iemand op deze
leeftijd die niet alleen leed aan haast exotische spreekdrang, maar er
ook nog een
opa-syndroom op na hield. Een grootvader die al meer dan zestig jaar
dood was."
Als Leentje dan de steelse blik van de psychiater op de klok ziet, weet
ze dat ze moet
stoppen met deze sessies. Vervolgens vraagt ze zich thuis wel af waarom
ze 'zichzelf had
beroofd van het luisterend oor van de enige mens bij wie ze - weliswaar
tegen een pittig
honorarium - één uur per week oeverloos kon klagen', maar ze gaat door
onze Lena. Want na
4 pagina's was het al 'mijn Lena'. Ze heeft je vast deze bejaarde vrouw,
die ineens ook
niet meer uit haar bad lijkt te kunnen komen en op hilarische wijze lees
je hoe dat haar
toch lukt. Daarna wordt het alleen nog maar douchen.
Ze praat door met een humor (die in wezen tragisch is - mijn dooddoener, ik
weet het) die je
meesleept. En dan komt ereens een bericht dat er brieven van haar moeder
uit de oorlog
aan de werkgever van haar opa gevonden zijn. Die gaat Leentje lezen. Wat
een sterke
vrouwen, moeder en dochter. De laatste nog maar een kind. Hoe ze die
oorlogsjaren
overleefd hebben. Diep onder de indruk ben ik opnieuw van die vreselijke
tijd, maar ook
van die geweldige karakters die het aankonden, balancerend op het randje
van het bestaan.
Marjan Pruis van de
Groene Amsterdammer schrijft op de achterkant:
'Wat Berks romans behalve grappig ook mooi maakt, is de bitterzoete toon
waarmee ze naast
alle levenslust ook nog eens angstweet te vatten, woede, spijt en
melancholie'.
Elsbeth Etty van de
NRC schrijft:
'Berk schrijft met zoveel gemak, zo soepel en speels, dat je al lezend
over het hoofd
dreigt te zien hoe knap-natuurlijk haar dialogen zijn en hoeveel
techniek ze daarvoor in
huis hebben.'
Wat mij betreft een aanrader. Een bitterzoet verhaal voor tussendoor, om
op 5 mei weer
even beter te weten waarover het gaat.

Eisjen
<5
mei komt weer dichterbij en natuurlijk verschijnen er weer allerlei
boeken over WOII.>
Wat je zegt, Eisjen. Zelfs van
Presser (1899 - 1970)
verscheen recent een pas-opgedoken roman. Dat was voor mij de aanleiding
om eindelijk eens te beginnen in
De Ondergang, 1965. Over
de ondergang van joods Nederland. Twee ferme banden die ik al jááren heb,
geërfd van mijn vader. Nooit in gelezen.
En ik moet zeggen - het is fascinerende lectuur. Heel precies (adh van
notulen ed) beschrijft hij hoe de inkapseling van joodse mensen sluipend
begon. (Verder ben ik nog niet.) Natuurlijk weten we inmiddels veel -
ook
hoe het verder ging en verging. Maar het meest fascinerend vind ik
Pressers toonzetting: wrang en vol sarcasme. Historicus en slachtoffer (hij
overleefde als onderduiker, zijn vrouw stierf in Sobibor) vallen samen.
Las ik al iets nieuws? Jazeker. Ik trof een schrijven (kopie) van de
joodse gemeente in Pekela uit '42. Bijna 80 personen waren 'naar Silezie
doorgestuurd'. In '47 kwam ons gezin daar te wonen. Nóóit iets gehoord
(ok, ik was 10) van een joodse gemeente. Weg was kennelijk weg.
In
Trouw
stond afgelopen zaterdag een artikel over de verloren gewaande roman van
Presser: Vlak na de
oorlog wilde geen uitgever zich branden aan 'Homo
submersus' de in de onderduik' geschreven roman van Jacques
Presser. Dat lag aan de tijdgeest, niet aan het boek zelf, schrijft Jos
Palm. Want ook als romancier houdt Presser de toon licht. En getuigt hij
van zijn humanistische instelling: niemand is in deze onderduikroman
slecht, hoogstens dom of onwetend.
Zijn boek "De
Ondergang" werd een keerpunt genoemd in het denken over
literatuur uit de oorlogsjaren. Tot die tijd waren er wel klachten in
boekvorm, maar men vond dat men niet moest wroeten in de modder. De
documentaire De ondergang over de vernietiging van de joden viel een
beetje in een leegte, net als het Dagboek van Anne Frank dat in eerste
instantie ook geweigerd werd en pas na een pleidooi van historicus Jan
Romein uitgegeven werd.
Het artikel maakte me wel nieuwsgierig naar deze schrijver.
Is
"De
Ondergang" dan een roman? Ik dacht een meer historisch,
wetenschappelijk boek...
Klopt,
"De
Ondergang" wordt hier omschreven als een documentaire. Roman
slaat op 'Homo
submersus' het verloren gewaande boek van Pesser wat
onlangs werd uitgegeven.