Hij is een jaar of zeven als hij hoort dat zijn stiefvader niet zijn
biologische vader is. Zijn vader is enkele weken na zijn geboorte
gestorven. De mededeling maakt niet heel veel indruk op hem. Een paar
jaar later hoort hij hoe zijn vader gestorven is: hij heeft een einde
aan zijn leven gemaakt. Hij hoort het, maar wat het betekent, begrijpt
hij niet. Zijn moeder praat nauwelijks over zijn vader. En hij vraagt
zich niet veel af. Dat verandert als hij zeventien is. Een paar weken
daarvoor heeft zijn moeder hem verteld dat 'de nalatenschap' van zijn
vader, zoals zij het noemt, kwijt is. Het was een map, waarvan ze zegt
niet meer precies te weten wat er in zat. Zo rest hem niet veel. Een
paar onduidelijke kiekjes en die ene foto die al jarenlang op zijn
kamer staat.
Foto
Het is die foto die zomaar ineens op een dag zijn nieuwsgierigheid
aanwakkert. Hij wil meer weten, gaat op zoek. Wat zegt het horloge dat
de man op de foto draagt? En wat betekent het dat de naam van de
fotograaf, die op de achterkant staat, die van zijn peetoom is. Hij
kent de naam, maar de man zelf is totaal uit zijn leven verdwenen. De
naamloze ik-figuur gaat op zoek. Hij trekt op eigen houtje naar Parijs
en zoekt daar zijn peetoom op. Stukje bij beetje wordt hem duidelijk
wat zijn vader tot zijn daad heeft gebracht.
Niet bespreekbaar
Voor ons als lezers is dit de raamvertelling. Hier binnen vertelt
Sulzer het verhaal van de vader, Emile. Jong in de jaren vijftig
ontdekt hij dat het niet meisjes, maar jongens, mannen zijn, die hem
aantrekken. Zijn schoolvriend André, de latere peetoom van zijn zoon,
wordt zijn eerste minnaar. Maar homoseksualiteit was in het Zwitserland
van de jaren vijftig niet bespreekbaar, ondenkbaar. Er volgt een opname
in een psychiatrisch ziekenhuis, en later een huwelijk. Hij overtuigt
zichzelf ervan dat hij gewoon moet leven, net als anderen. Maar dan is
er die stagiair op de school waar hij werkt. Ondanks zijn voornemens
worden ze minnaars. Maar het kan niet en dat is voor beiden onleefbaar.
Deels gedetailleerd en deels schetsmatig
Alain Claude Sulzer heeft met deze roman een boek geschreven dat
slechts bij vlagen overtuigt. De wijze waarop hij het verhaal van
Emile neerzet - zijn verliefdheid, zijn worsteling, zijn wanhoop - laat
je niet los. Het blijft voor mij echter een raadsel waarom hij
ervoor gekozen heeft het verhaal te vertellen in de vorm van een
raamvertelling. De ik-figuur blijft naamloos en kleurloos. Welke
urgentie het zoeken naar zijn vader voor hem heeft, hoe de relatie met
zijn moeder en stiefvader is, wat de ontdekkingen die hij gaandeweg
doet over het leven met zijn vader met hem doen - het blijven
evenzovele vragen. Delen van het verhaal zijn uitermate gedetailleerd,
andere delen alleen maar schetsmatig - zonder dat helder wordt waarom
de schrijver kiest voor details of niet. Het taalgebruik is nogal
gekunsteld. Zinnen als: 'Ik had de indruk dat de foto die mijn vader
voor altijd had vastgelegd in een professioneel atelier tot stand was
gekomen, niet in een natuurlijke omgeving, door een fotograaf of een
vaardige leek, in elk geval door iemand die zijn vak verstond', maken
het boek
niet leesbaarder. Regelmatig worden ook details beschreven, waarvan je
je afvraagt wat ze er toe doen. Zoals het flesje nagellak dat zijn
moeder omstoot op het gras in de tuin, tijdens één van hun zeldzame
gesprekken over zijn vader. De nagellak maakt een vlek op het gras.
Veel later in het boek meldt hij dat de vlek, tijdens een volgend
gesprek, niet meer te zien is.
Teveel blijft onduidelijk
Het onderwerp van de worsteling en de ellende die homoseksualiteit met
zich meebracht in het Zwitserland van de jaren 50 is belangwekkend
genoeg. Maar het boek had aan kracht gewonnen als Sulzer het daarbij
gelaten had. Het verhaal over de zoon blijft zo bleekjes, dat het niet
of nauwelijks iets toevoegt. Het laat zoveel vragen over. Zo wordt er
ook nauwelijks iets verteld over de moeder, waarvan we uit het verhaal
over Emile weten, dat ze Veronika heet. Slechts heel summier komt, in
een later gesprek met haar zoon, haar beleving van het geheel en de
wijze waarop ze daar nu op terugkijkt, aan de orde. Het beeld van haar
als jonge, pasgetrouwde vrouw, komt nog wel enigszins uit de verf. Maar
de volwassen vrouw blijft een raadsel.
Datzelfde geldt voor de ik-figuur als volwassen man. Op enkele plaatsen
in het boek wordt duidelijk dat hij dit verhaal vertelt als volwassene,
die zelf kinderen heeft. Maar zijn beeld blijft schetsmatig en hoe hij
als volwassene terugkijkt op het leven van zijn vader en op de episode
in zijn eigen leven waarin hij naar die vader op zoek ging, blijft
helemaal in het duister.
Al met al een tegenvallend boek, met een belangwekkend thema dat een betere uitwerking had verdiend.
Manon
Ik las het boek ook en over het algemeen ben ik wat positiever dan
jij geloof ik, maar een aantal dingen herken ik wel. Dat de schrijver
ineens van perspectief veranderde vond ik vreemd en ook niet echt mooi, wel
krijg je zo een beter beeld van de worsteling die Emil doormaakte, dat
had die zoon nooit kunnen vertellen. En ook dat bij vlagen heel gedetailleerd schrijven
viel mij op, maar dan vooral in het begin. Dat hij plotseling op zijn
17de meer wilde weten over zijn biologische vader begreep ok wel, maar niet dat hij er zo
overtuigd was dat hij recht op het horloge had. Hier lees je
mijn recensie.
Traag
en taai zoals jij in je recensie schreef vond ik het niet eens, maar
nogal onproportioneel of zo. Waarom zo gedetailleerd ingaan op dat
horloge, als het naderhand nauwelijks nog een rol speelt? Je schreef:
"Het moment waarop de verteller de krantenpagina met de rouwadvertentie
van zijn vader ziet en er ineens nog een persoon de roman binnen komt
vond ik één van de verrassendste passages in
boek ". Ik vond dat juist een van de meest onwaarschijnlijke passages.
Waarom bedenk je, als je naast de rouwadvertentie van je vader, een
rouwadvertentie van een andere man ziet staan, dat er een verband
tussen die twee zou moeten zijn? Nogal vergezocht, vond ik. En
verrassend vond ik de hele ontknoping allerminst. Die voelde ik al van
kilometers ver aankomen. Geen probleem, als dan de rest maar
goeduitgewerkt is. Later dacht ik: die arme Sulzer - hij had ook de
pech dat ik dit boeklas, onmiddellijk na mijn eerste Murakami (Kafka on
the shore). Na een boek waaraan ik het gevoel overhield dat het
hele verhaal een innerlijke noodzaak had om verteld te moeten worden,
en waarin voormijn gevoel elke zin alleen maar zo geschreven had kunnen
worden,zoals die er stond - tja, dan moet je van goeden huize kome om
het niet af te leggen...... Maar goed, Sulzer zal er wel niet wakker
van liggen :-)
Omdat hij de rouwadvertenties vond in een krant in het schoolarchief
en misschien omdat het om de advertentie van de school uitging? Zelfde
namen eronder? Zoiets dacht ik toen ik het las. Je schreef dat Suzer de pech had dat je zijn boek na Kafka on the Shore
las. Heel herkenbaar, na een goed boek is het voor mij ook vaak zoeken
naar een ander boek. Dan lees ik soms wel van vijf verschillende boeken een aantal
bladzijden. Tot er weer één mij genoeg kan boeien om verder te lezen.
|
|