Een korte roman (226 p) over een Joods-Hongaars gezin aan het begin van
de vorige eeuw.
Een rabbijn en zijn vrouw staan hun derde kind af aan de
godsdienstwaanzinnige vader van de rabbijn. De grootvader en zijn
kleinzoon, Gyuri, wonen in een tentje en houden zich bezig met bidden en
zich reinigen voor het gebed.
Omdat Gyuri alle rituelen waaraan zijn grootvader doet en hemzelf
blootstelt niet begrijpt, en hem bovendien niets uitgelegd wordt,
verzint hij van alles om de dingen die om hem heen gebeuren te verklaren.
Zo praten de meubelstukken bijvoorbeeld tegen hem over de gebeurtenissen
in zijn leven.
Als de grootvader komt te overlijden, gaat Gyuri terug naar huis. Maar
daar kan hij niet meer goed aarden. Zijn gewoonte om zijn fantasie de
vrije loop te laten wordt absoluut niet gewaardeerd in het erg op de
uiterlijke schijn gerichte gezin van de rabbijn.
Naarmate Gyuri ouder wordt, krijgen zijn ouders en hijzelf een steeds
grotere hekel aan elkaar. Dit wordt op een gegeven moment zelfs zo erg,
dat de 9-jarige Gyuri op een middag het huis uitgezet wordt omdat hij
het bestaan van God in twijfel trekt.
De roman eindigt met een keus: buigt Gyuri of barst hij?
Het begin en het eind van het boekje waren prachtig, de beschrijvingen
van de rituelen, de afkeer van de christenen en de zwaarte van het
geloof zijn geweldig beschreven.
Het middendeel vond ik veel, maar dan ook veel te lang. De eindeloze
litaniën van Gyuri en zijn ouders over de ontstane situatie en de
uitzichtloosheid ervan gingen me zelfs zo tegenstaan dat ik diagonaal
ben gaan lezen.
Pas vlak voor het eind greep het boek me weer. Ben blij dat ik het niet
heb weggelegd.
Azarel werd in 1937 uitgegeven en heet oorspronkelijk ook Azarel, dit is
de achternaam van het gezin.
Else
december/januari 2006/7