Ik heb genoten van diverse boeken van Nelleke Noordervliet en begon dan
ook aan deze verhalenbundel met grote verwachtingen. Het eerste verhaal
is een interessant onderwerp van een 65-jarige sigarenboer (zo'n
ouderwetse) die al jaren weduwnaar is en nooit meer een andere vrouw
naast zich kon hebben en ineens platonisch verliefd wordt op een
allochtoons meisje waartegen hij op straat is aangelopen en hem daarop
voor 'lul' uitscheld. Haar ogen en haar neus doen hem denken aan Griekse
godinnen en hij verzint hele verhalen om haar heen, die niets met sex te
maken hebben, maar de dromen die hij over haar heeft geven hem toch weer
die lang uitgebleven ochtenderectie :-)...
Het leest allemaal op z'n Noordervliet's intrigerend en soepeltjes
weg, maar heeft dan opeens een eind waarvan mijn mond letterlijk open
zakte. Een veeg teken, al dat gefantaseer over De Schone? Van Dale geeft
voor "een veeg teken" als betekenis "het einde voorspellend, dreigend".
Het einde van een leven -inderdaad bijna letterlijk, maar dat loopt goed
af - maar er lijkt in de laatste regels ineens een leven ingeslagen te
worden met toch een andere vrouw. Eentje van eigen leeftijd die eerder
geheel en al niet interessant werd gevonden. Een verwarrend en te
abrupt afgewerkt verhaal naar mijn gevoel. Een heel onduidelijke
overgang van al dat platonische gefilosofeer van nieuwe wegen inslaan,
via bijvoorbeeld een andere inrichting van de winkel die er zou uit
moeten zien als een rokerssalon voor Turken, naar dan zo maar ineens de
oudere kleuterjuf.
Het tweede verhaal is van een dochter die de as van haar moeder moet
wegbrengen naar Frankrijk. Moeders heeft het over het graf heen helemaal
georganiseerd. Waar ze moet logeren en hoe lang ze er moet verblijven.
Een vervallen hotel in het beheer van een oudere dame en een debiele
zoon. Er worden allerlei hints gegeven naar dingen die er gebeurd zouden
kunnen zijn en wat er eventueel zou kunnen gebeuren, maar als het puntje
bij het paaltje komt gebeurt er niets, wordt moeders as uitgestrooid en
gaat dochterlief terug.
Het derde verhaal is van een dame op leeftijd, die net verlaten is door
haar man die haar financieel goed heeft achtergelaten en daar
betaald ze op de eerste bladzijden van het verhaal een gigolo van in
Spanje. Vervolgens is ze helemaal de kluts kwijt en komt ze in een kerk
terecht waar een Nederlandse pater werkt, die zij op haar manier verder
helpt in zijn leven. Wat er met haar verder gaat gebeuren wordt niet
over gesproken.
In mijn gedachten heette dit boek de hele tijd "Te vergeefs". Heel
vreemd. Elke keer als ik het weer ter hand nam zag ik weer dat het "Veeg
Teken" heette. Maar voor mij werd alles in het boek 'te
vergeefs' ondernomen. Wat er werd ondernomen liep aldoor op niets uit,
terwijl men juist graag verandering wilde. Behalve dan die
weduwnaar die plotseling toch iets ging zien in de oudere dame, maar
ook al zijn gedachten rondom de jonge schone waren 'te vergeefs'. Waarom
heet het 'Veeg Teken'? Het einde voorspellend waarvan? Van de weduwnaar
en de oudere dame in het laatste verhaal? Het einde van hun leven?
Dreigend voor de jonge dochter omdat haar moeder haar weer iets laat
doen waar ze eigenlijk geen zin in heeft? De titel ontgaat me. Voor mij
blijft het "Te vergeefs", maar het is toch niet een te vergeefs lezen
geweest. Al met al vond ik het wel intrigerend.