Simon Sebag Montefiore:
Stalins Jeugdjaren. Van Rebel tot de Rode Tsaar

Oorspronkelijke titel: Young Stalin
Vertaling: Hans E. van Riemsdijk


‘Alle jonge mensen zijn het zelfde’, zei Stalin ooit. ‘Waarom zou er dan over de jonge Stalin geschreven moeten worden?’ Zo opent Montefiore zijn nieuwste boek. Stalin had het mis: hij is altijd anders geweest dan anderen en dat wordt al snel duidelijk. Montefiore weet met een beeldende stijl het leven van Jozef Vissarionovitsj Dzjoegasjvili, oftewel Stalin, vanaf zijn geboorte op 18 december 1878 tot aan zijn negenendertigste levensjaar, het jaar van de revolutie in 1917, uitstekend te beschrijven. De Nederlandse titel is daarbij wat misplaatst: het verhaal strekt zich immers ver voorbij de jeugdjaren van deze opmerkelijke persoon. Maar dat doet niets af aan de vertaling van Hans van Riemsdijk, die het boek met veel gevoel heeft weten te vertalen. Het verhaal wordt in 43 korte, overzichtelijke hoofdstukken verteld. Deze hoofdstukken zijn weer verdeeld in vijf delen die elk worden ingeleid door een door Stalin geschreven gedicht. Het boek maakt duidelijk dat Stalin meer was dan een politieke leider. Hij was zanger, dichter, verleider en bendeleider in een. Zijn karakter is net zo veranderlijk als zijn aliassen. De toegevoegde lijst van pseudoniemen is daarom zeker handig, net als de lijst van personen, de geografische kaarten en de foto’s. Door de sprekende omschrijvingen van het Georgisch leven en de locaties waan je je soms een plaatselijke toeschouwer in plaats van een afstandelijke lezer.  

Stalin werd geboren in het kleine Georgische stadje Gori. Montefiore beschrijft levendig de Georgische cultuur en mentaliteit waarin de jonge Stalin is opgegroeid. Zijn moeder “Keke” overlaadde hem met aandacht, nadat haar vorige kinderen kort na de geboorte kwamen te overlijden. Zijn vader “Beso” was een schoenmaker die aan lager wal raakte door drankproblemen. Stalin groeide op in een gewelddadig milieu: thuis hadden zijn ouders constante ruzie en gingen hardhandig met hem om. Het stadje Gori was een van de gewelddadigste steden in Georgië. Het straatleven werd bepaald door bendes, waar ook de jonge Stalin al snel bijzat. Hoewel zijn ouders het niet breed hadden, zorgde Keke er altijd voor dat haar jongen een goede opleiding genoot en er ook het best gekleed bij liep op school.  

Niet alleen zijn voorkomen, maar ook zijn intelligentie deed Stalin opvallen in Gori. Hij haalde de beste resultaten op school en las ook buiten de lessen veel boeken en gaf bijles aan vrienden. Deze leergierigheid zou hij tot aan zijn dood behouden. Een ander aspect wat hem altijd bij zou blijven was zijn liefde voor Georgische muziek. Stalin kon goed zingen, zo goed zelfs, stelt Montefiore, dat hij professioneel zanger had kunnen worden. Als dichter ontwikkelde de jonge Stalin nog een ander talent. Enkele gedichten zijn zelfs gepubliceerd in Georgische tijdschriften, nog voordat Jozef Vissarionovitsj Dzjoegasjvili bekend zou worden als Stalin. Hoe anders had het leven van hem en zoveel anderen kunnen zijn als Stalin deze talenten had gevolgd! 

Na de middelbare school wordt Stalin toegelaten tot het seminarium in Tiflis, zo’n 60 kilometer van Gori. Dit is zeer tegen de wil in van zijn vader, die een schoenmaker van hem wil maken. Hoewel eigenlijk alleen zonen van priesters worden toegelaten weet Keke invloedrijke mensen in te schakelen om haar zoon te helpen, een talent dat zij nog vaak zou gebruiken om Stalin te helpen en een talent dat hij van haar heeft geërfd. Zijn vrije leven in de straten van Gori verlaten, zit Stalin nu het grootste gedeelte van de dag tussen de vier muren van het seminarium opgesloten. Aanvankelijk is hij nog een van de beste leerlingen, maar na een aantal jaar verandert dit. Hij begint zich te verzetten tegen het heersende strenge regime.  

Hoewel hij continu in de gaten wordt gehouden door de leraren, lukt het Stalin aan verboden boeken, zoals Zola, Hugo en Kazbegi, te komen. Ironisch genoeg maakt het seminarium van hem, en veel van zijn klasgenoten, een atheïst en een Marxist. Hij begint met vrienden nachtelijke onderonsjes te houden waarbij ze de hele nacht discussiëren over politiek. Met zijn redenaarstalent weet hij velen tot het Marxisme te overtuigen en al snel profileert hij zich als leider van de groep op.

Na een aantal jaar wordt Stalin, tot grote verdriet van zijn moeder, verwijderd van de opleiding. Zijn ongehoorzaamheid wordt niet meer getolereerd. Stalin richt zich nu, samen met andere vrienden die tevens van het seminarium zijn verwijderd, volledig op de politiek. Tijdens een avondlijk onderonsje met zijn vrienden is een glimp op te vangen van Stalin’s toekomstvisie. Terwijl zijn vrienden drinken en lol hebben, leest Stalin een boek waarbij hij ijverig aantekeningen maakt. Een van zijn vrienden vraagt wat hij aan het lezen is en krijgt als antwoord: ‘De memoires van Napoleon Bonaparte. Ongelofelijk, de fouten die hij beging. Ik ben ze aan het opschrijven!’ Hoewel Stalin een hekel heeft aan intellectuelen leest hij dag en nacht, schrijft hij vele pamfletten en speeches en leest hij maar al te graag mensen de les voor om ze tot het ware Marxisme te overtuigen.

Stalin weet zich te ontpoppen tot een ware bendeleider. Hij organiseert de ene bankoverval na de andere, om zo de Bolsjewistische partij van Lenin te financieren. Hij heeft een groot ontzag voor deze man, bijgenaamd de bergadelaar, die hij tot dan toe nog nooit heeft ontmoet. De vele bankovervallen zorgen ervoor dat de geheime dienst, de Ochrana, verwoed poogt Stalin op te pakken. Hij ontpopt zich echter tot een meester in het misleiden van de agenten. Een aantal keer loopt het mis en wordt Stalin opgepakt om vervolgens verbannen te worden naar Siberië. Daar ontpopt hij zich echter ook nog tot ‘doctor in de ontsnappingskunde’.

Tijdens zijn vele omzwervingen ontmoet Stalin vele vrouwen met wie hij relaties aangaat. Hij schijnt, ondanks zijn pokdalige gezicht, als gevolg van ziekte in zijn kinderjaren, een buitengewone aantrekkingskracht te hebben bezeten. Hij trouwt met zijn liefde Jekaterina ‘Kato’ Svanidze, bij wie hij een zoon krijgt. Kato sterft echter jong, een ervaring die Stalin erg aangrijpt. Bij de uitvaart merkt hij op: ‘Dit schepsel wist mijn stenen hart zachter te maken. Maar ze is gestorven en met haar stierven mijn laatste warme gevoelens voor het mensdom.’ Ondanks zijn verdriet heeft hij al snel nieuwe minnaressen bij wie hij nog een aantal kinderen zou verwekken. Deze verwaarloost hij echter, net als zijn zoon met Kato. Zijn dochter uit het huwelijk met Nadezjda ‘Nadja’ Alliloejeva, Svetlana, schreef: ‘Stalin was als zoon even slecht en onachtzaam als hij was als vader en echtgenoot. Hij wijdde zijn volledige bestaan aan iets anders: aan politiek en strijd.’ Het doel van de revolutie was belangrijker dan het gezin.

Dit doel van de revolutie komt sneller dan gedacht, wanneer Tsaar Nicolaas II aftreedt in 1917. Stalin en Lenin, die ondertussen bevriend zijn geraakt, keren terug naar Sint-Petersburg, waar ze als winnaars uit de oktoberrevolutie weten te komen met alle gevolgen van dien.

Het wil wel eens voorkomen dat een boek over de jeugdjaren van een figuur zoals Stalin uitmondt in een psychoanalytische zoektocht naar een antwoord op de vraag hoe een persoon in staat is tot zoveel wreedheid. Montefiore heeft dit gelukkig niet gedaan. Dit lijkt mij ook een onmogelijke taak: zelfs met zijn moeilijke jeugd, hoefde Stalin niet uit te groeien tot de wrede dictator die hij uiteindelijk is geworden. Wat Montefiore doet is kijken naar de omstandigheden waarin Stalin heeft geleefd en de kansen die hij heeft gegrepen. Montefiore beschrijft zeer levendig de personages die een belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de jonge Stalin.  

Waar, naar mijn mening, te weinig aandacht aan is geschonken is de ontwikkeling van het politieke denken van Stalin. Montefiore brengt deze nauwelijks naar voren, terwijl juist de ontwikkelingen van deze denkbeelden een belangrijke rol spelen in het leven van Stalin. Een ander minpunt zijn de uitgebreide beschrijvingen van de vele vluchten en reizen die Stalin heeft gemaakt. Dit wordt op een gegeven moment iets te veel van het goede, wat sommige stukken wat saaier maakt en waardoor de lezer geneigd raakt door te bladeren. Deze stukken worden echter gecompenseerd door de interessante, grappige en huiveringwekkende anekdotes die de auteur heeft weten te vinden. Voor wie geïnteresseerd is in deze periode van de Russische (en Kaukasische) geschiedenis is dit boek zeker een aanrader.

 


Karo
juli 2007

 


Hardcover: 496 pagina’s

 

Jozef Stalin

 

 

 

 

 

 

Georgië
 


Gori

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tiflis

 

 

 

 

 

 

Emile Zola
Victor Hugo
Kazbegi ??
Marxisme

 

 

 

 

 

 

Napoleon Bonaparte

 

 

 

Bolsjewistische partij

Lenin

Ochrana

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tsaar Nicolaas II

 

Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 30/07/07  Eisjen