Catherine Merridale is hoogleraar contemporaine geschiedenis aan de
Queen Mary University in Londen, gespecialiseerd in de ontwikkelingen in
Rusland en de Sovjet-Unie gedurende de 20ste eeuw. In haar werk
combineert ze archiefonderzoek met informatie uit persoonlijke
documenten en 'verhalen', uit orale geschiedenis dus. In 2000 verscheen
van haar hand 'Night of
Stone', herinneringen van slachtoffers van Stalin's dictatorschap.
In Ivans Oorlog (2005) beschrijft ze het verhaal van het Rode Leger
tijdens WO II. Nauwkeuriger - ze analyseert de belevenissen van de 'Ivans',
onze 'Jan Soldaat', de Engelse 'Tommy'. De mannen, piepjong of al wat
ouder, die met miljoenen uit alle uithoeken van die immense
Sovjetrepubliek als dienstplichtigen werden opgeroepen.
Het epos van die strijd was natuurlijk al lang bekend. Het ongetrainde
en minimaal uitgeruste leger dat werd opgerold: na een paar maanden was
driekwart van de SU in Duitse handen. Het beleg van Moskou. De val en
herverovering (jan. '43) van Stalingrad, tevens het keerpunt in de
strijd.
De verliezen in die oorlog werden catastrofaal en de gevolgen dramatisch.
Zo'n 27 miljoen burgers zouden omkomen, waaronder 8 miljoen soldaten.
Van de mannen, geboren in 1921, kwam 90% om het leven. Het land verwoest,
vrouwen en kinderen geteisterd door honger en ziekte; er wordt gesproken
over een 25 miljoen daklozen toen de overwinning eenmaal was
binnengehaald.
De officiele geschiedschrijving bleef uiteraard staan in het teken van
de Sovjet-ideologie: het Rode Leger van Boeren en Arbeiders had uit
liefde voor het moederland de fascistische vijand op zijn eigen terrein
verslagen. Parades werden georkestreerd. Monumenten opgericht. Het
individu bleef buiten beeld. Ivan werd de onbaatzuchtige heldenrol
toegeschreven. Zijn paniek, lafheid en soms excessieve wreedheid werden
afgedekt door zwijgen.
Pas in de negentiger jaren werd het mogelijk enig zicht te krijgen op de
werkelijkheid van het slachtveld achter de geidealiseerde versie van de
Sovjetpropaganda. Archieven kwamen beschikbaar. De censuur op
publicaties werd minder rigide. Verhalen mochten weer verteld worden.
Dus werd het voor Merridale mogelijk haar onderzoek te starten. Ze
bezocht met haar team de meest beruchte slagvelden, bestudeerde
archieven, las dagboeken en brieven. En sprak met honderden veteranen -
soms via bemiddeling van hun (achter)kleinkinderen. Op zoek naar de ware
verhalen achter de mythe.
En zij schreef een fascinerend en vaak onthutsend boek, dat leest als
een spannende roman. In elf hoofdstukken beschrijft ze, voortdurend
citerend en analyserend, zeer gedetailleerd het verloop van de strijd.
Vanaf het chaotische begin in juni 1941, toen Hitler, ondanks een
niet-aanvalsverdrag, de Sovjet-Unie binnenviel. Tot na het
huiveringwekkende einde, waarin Berlijn werd ingenomen en Duitsland
capituleerde. Maar waarin de Ivans zich te buiten gingen aan een orgie
van geweld, opgezweept door hogerhand, wraakgevoelens en grote
hoeveelheden wodka. De anonieme (Een)
Vrouw in Berlijn (1955)
heeft er in haar dagboek over verteld. En het lezen van het
desbetreffende hoofdstuk 9 ('Lijkenpikkerij') is een pijnlijke ervaring.
Een voorbeeld van de boodschappen die de Ivans kregen. Stalin in '42:
'Geen stap terug! De enige verzachtende omstandigheid is de dood'
(p.160).
En in '44:
'Op naar het hol van het beest'.
Het werd de leus, met rode verf op dezijkant van veel tanks gekalkt.
Ilja Erenburg, een zeer populair publicist (p.188):
'Als je een Duitser hebt gedood, dood je er nog een. Niets is zo
plezierig als Duitse lijken'.
Een veteraan (p.309) in een brief naar zijn ouders:
"Je hart springt op van vreugde als je door een brandende Duitse
stad rijdt. We nemen wraak voor alles, onze wraak is gerechtvaardigd.
Vuur om vuur, bloed om bloed, dood om dood".
Het gaat uiteraard vaak over oorlogsgeweld in dit boek. Doorgaans in
nuchtere en feitelijke mededelingen. Soms ook zeer ontroerend. Zoals in
het inleidende hoofdstuk, waarin Merridale vertelt over haar gesprek met
een vrouw ('32) uit de huidige Oekraine.
"Lieve meisjes, beste meisjes, wat kan ik jullie over die
verschrikkelijke oorlog vertellen? ...Er waren tanks, er waren
vliegtuigen ..de lucht was zwart. God verhoede! .. Ik was negen.
Mensen huilden, iedereen huilde, mijn moeder huilde. Mijn lieve
meisjes".
Achterhaalde Merridale echt 'de werkelijkheid achter de mythe'?
Hadden de veteranen het hart op de tong? Nee, stelt zij in een afrondend
hoofdstuk. De Ivans hadden te maken met een ingewikkeld
loyaliteitsconflict. Ze waren opgevoed in het Sovjetsysteem, met angst
voor repressie - de Goelag. Met een
sterk ontwikkeld gevoel voor het collectief' en liefde voor het
moederland. Zelfreflectie was voor hen een onbekend fenomeen. Bovendien
waren ze inmiddels allemaal wel erg oud geworden. "Dat was toen".

Mart