Op donderdag
10 april arriveren Daan en Sandra met een doodzieke Jonas in het
ziekenhuis. Hun zevenjarige zoon schokt, reageert nauwelijks op
prikkels en bij zijn neus zit een rode vlek die snel groter wordt. Na
een heftige aanval, waar hij maar ternauwernood uitkomt blijven zijn
ouders ontredderd achter: 'De verpleegsters waren vertrokken, met
medeneming van Jonas dossier, het geopende maar ongebruikte
noodmedicijn en de vaste grond onder Sandra's voeten'. Het is een
indrukwekkende rij specialisten die in de daarop volgende drie weken
aan zijn bed verschijnen. Alle onderzoeken ten spijt, de dokters lijken
er maar niet achter te kunnen komen wat Jonas mankeert. Waren het
epileptische aanvallen, een hersenontsteking of was de bron een variant
van het virus dat herpes veroorzaakt?
Sandra is vastbesloten niet van de zijde van haar zoon te wijken en
ziet het ziekenhuis in toe nemende mate als een monster die haar en
haar zoon opgeslokt. Een doolhof, waar ze al te gemakkelijk de weg in
kwijt raakt. Ze vervreemd steeds meer van de buitenwereld, voor haar is
er alleen Konijn, Zwaan en Walvis, de afdelingen waar Jonas gedurende
zijn opname in het kinderziekenhuis verblijft. En Jonas zijn toestand
lijkt alleen maar te verslechteren. Sandra merkt dat hij soms op een
manier reageert die niet bij zijn leeftijd past. Hij is angstig,
hallucineert en is agressief. De aanpassingen van de
medicatie maken het er niet altijd beter op en al die medische termen waar ze
mee overvoerd worden maken het ook niet overzichtelijker. De voortdurende
onzekerheid en haar eigen machteloosheid hebben ook zijn weerslag op de
relatie met Daan. Alles wat hij doet valt verkeerd; de broodjes die hij
haalt, de kleren die hij meeneemt en ook de opmerkingen die hij maakt.
Het gaf me als lezer een ongemakkelijk gevoel. Aan de ene kant had ik
alle begrip voor haar gevecht om bij haar zoon te willen blijven en in
normale taal te horen wat de specialisten wisten en niet wisten, maar
haar reacties naar Daan toe wekten geen sympathie op. Gelukkig is daar
ook de onverwoestbare Jonas, die dapper vecht tegen zijn lot.
Uiteindelijk mogen Sandra, Daan en een weer herstellende Jonas het
ziekenhuis verlaten. Lopend naar de buitendeur beseft Sandra dat er ook
nog zo iets als het weer bestaat.
Mark Boog heeft zelf iets dergelijks meegemaakt en het verhaal is mede
gebaseerd op de gedetailleerde ziekenhuisverslagen van de opname van
zijn zoon. Het is beslist indrukwekkend zoals hij de ziekenhuisomgeving
beschrijft met zijn eindeloze lange gangen, de afhankelijkheid van
steeds weer nieuwe artsen en verpleegkundigen en de eindeloze stroom
medische informatie die je daar te verwerken krijgt. Maar bovenal weet
hij met fraaie beeldende zinnen de onmacht en het verdriet van ouders
weer te geven wanneer een onverwachte en onbegrijpelijke ziekte een
kind treft.
Janneke