Mark Boog
Het lot valt altijd op Jona
256 pagina's | Uitgeverij Cossee | september 2011



Op donderdag 10 april arriveren Daan en Sandra met een doodzieke Jonas in het ziekenhuis. Hun zevenjarige zoon schokt, reageert nauwelijks op prikkels en bij zijn neus zit een rode vlek die snel groter wordt. Na een heftige aanval, waar hij maar ternauwernood uitkomt blijven zijn ouders ontredderd achter: 'De verpleegsters waren vertrokken, met medeneming van Jonas dossier, het geopende maar ongebruikte noodmedicijn en de vaste grond onder Sandra's voeten'. Het is een indrukwekkende rij specialisten die in de daarop volgende drie weken aan zijn bed verschijnen. Alle onderzoeken ten spijt, de dokters lijken er maar niet achter te kunnen komen wat Jonas mankeert. Waren het epileptische aanvallen, een hersenontsteking of was de bron een variant van het virus dat herpes veroorzaakt?

Sandra is vastbesloten niet van de zijde van haar zoon te wijken en ziet het ziekenhuis in toe nemende mate als een monster die haar en haar zoon opgeslokt. Een doolhof, waar ze al te gemakkelijk de weg in kwijt raakt. Ze vervreemd steeds meer van de buitenwereld, voor haar is er alleen Konijn, Zwaan en Walvis, de afdelingen waar Jonas gedurende zijn opname in het kinderziekenhuis verblijft. En Jonas zijn toestand lijkt alleen maar te verslechteren. Sandra merkt dat hij soms op een manier reageert die niet bij zijn leeftijd past. Hij is angstig, hallucineert en is agressief. De aanpassingen van de medicatie maken het er niet altijd beter op en al die medische termen waar ze mee overvoerd worden maken het ook niet overzichtelijker. De voortdurende onzekerheid en haar eigen machteloosheid hebben ook zijn weerslag op de relatie met Daan. Alles wat hij doet valt verkeerd; de broodjes die hij haalt, de kleren die hij meeneemt en ook de opmerkingen die hij maakt. Het gaf me als lezer een ongemakkelijk gevoel. Aan de ene kant had ik alle begrip voor haar gevecht om bij haar zoon te willen blijven en in normale taal te horen wat de specialisten wisten en niet wisten, maar haar reacties naar Daan toe wekten geen sympathie op. Gelukkig is daar ook de onverwoestbare Jonas, die dapper vecht tegen zijn lot. Uiteindelijk mogen Sandra, Daan en een weer herstellende Jonas het ziekenhuis verlaten. Lopend naar de buitendeur beseft Sandra dat er ook nog zo iets als het weer bestaat.

Mark Boog heeft zelf iets dergelijks meegemaakt en het verhaal is mede gebaseerd op de gedetailleerde ziekenhuisverslagen van de opname van zijn zoon. Het is beslist indrukwekkend zoals hij de ziekenhuisomgeving beschrijft met zijn eindeloze lange gangen, de afhankelijkheid van steeds weer nieuwe artsen en verpleegkundigen en de eindeloze stroom medische informatie die je daar te verwerken krijgt. Maar bovenal weet hij met fraaie beeldende zinnen de onmacht en het verdriet van ouders weer te geven wanneer een onverwachte en onbegrijpelijke ziekte een kind treft.



Janneke    


Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 02/01/12 janneke