Wat een prachtig boek heb ik ter recensie aangeboden gekregen: De tijd
van de vrouwen van de Spaanse schrijver Ignacio Martínez de Pisón.
Het boek beschrijft een jaar of vijf uit het leven van drie zussen:
María, Carlota en Paloma, ook wel de slimmerd, de lieverd en de mooierd.
Althans, zo noemen ze elkaar. En deze namen versterken weer hun gedrag:
María wordt steeds slimmer, Carlota liever en Paloma mooier.
Het boek begint als hun vader in het bed van een hoer overlijdt en zij
blijven achter met hun moeder. María is dan een jaar of 18, Carlota
ongeveer 16 en Paloma ongeveer 14. Ze wonen in een prachtig oud huis,
Villa Casilda, midden tussen de flatgebouwen van de niet verder genoemde
Spaanse stad. Het is begin jaren '80. Elk ontdekt op haar eigen manier
de liefde en zoals dat gaat met eerste liefdes zijn die stuk voor stuk
ongelukkig. Nou zijn dat ook nog eens geen doorsnee-verhoudingen. María
krijgt een relatie met de beste vriend van haar vader, Carlota met een
falangist en Paloma met, ja, met wie niet? De moeder kan het overlijden
van haar man (de omstandigheden waaronder hij overleed worden door de
dochters uiterst geheim gehouden) niet goed aan en grijpt naar de fles.
María, de oudste dochter, neemt het heft in handen en probeert het gezin
draaiende te houden. Dat valt niet mee, want Carlota is te druk met haar
obsessies: eerst het katholieke geloof, daarna de lichamelijke liefde,
dan het echtgenotenbestaan en het moederschap (mind you, ze is dan 16!),
een nieuwe echtgenoot voor haar moeder, en tot slot het socialisme. En
Paloma is eigenlijk alleen maar bezig met het ontdekken van hoe ver ze
kan gaan in de seksspelletjes die ze met Jan en alleman speelt. En dan
blijkt dat de moeder om financieel het hoofd boven water te kunnen
houden na het overlijden van haar man, een hypotheek heeft genomen op
het huis, maar nooit premie heeft betaald. Dit betekent dat ze datgene
dat hen nog bindt, het huis, zullen gaan verliezen. Pas dan lukt het ze
om weer een gezin te vormen dat elkaar steunt in plaats van bekritiseert
en afvalt.
In een prachtige, meeslepende, bloemrijke, maar niet overtrokken stijl
beschrijft Martínez de Pisón de levens van de zussen. Om en om wordt een
van de zussen aan het woord gelaten, en komen naast het op dat moment
'hier en nu' allerlei familieanekdotes langs, vanuit de drie totaal
verschillende perspectieven verteld. En zo past aan het eind van de
roman alles als een puzzel in elkaar. De moeder blijft een wat kleurloze
figuur. Dat stoort niet zo, trouwens, zij is en blijft in het leven van
haar dochters immers maar een bijfiguur. En zoals altijd in Spaanse
romans die zich in de jaren '80 afspelen komt de
couppoging van feb. '82
uitgebreid aan bod. Hoe verschillend iedereen dat toch elke keer weer
heeft beleefd. Het is net alsof je in Nederland zou vragen: 'wat deed je
op de dag dat Theo van Gogh werd vermoord?'.
Af en toe vond ik de seksspelletjes van met name Paloma, de jongste van
het stel nota bene, wel ongeloofwaardig, ze is immers pas een jaar of 14
aan het begin van het boek en 19 als het boek eindigt. Maar op de een of
andere manier past het wel bij haar karakter, en bij de wurgende
onzekerheid die meiden in hun pubertijd in haar greep houdt, dus ach...
Verder is het interessant om nog even de namen van enkele figuren de
revue te laten passeren: - María, de oudste dochter, door de zussen
getypeerd als 'de eeuwige maagd', zo verstandig als die wel niet is. -
Paloma, de jongste dochter, fladdert rond. Paloma betekent duif, dat
lijkt me wel van belang. - Oom Dolfijn, met hem erbij heeft iedereen het
naar zijn zin (en soms iets teveel...) dol fijn, zeg maar :-)
Een paar ezelsoortjes:
'Welke fase? vroeg ik. Dat je elke dag naar de mis gaat, zei
mama, en non wilt worden. Maar ik wil geen non worden, antowoordde
ik, en ik zag dat zij een blik van oplichting uitwisselden. Gelukkig
maar ... zuchtte papa. Nee, zei ik, ik wil priester worden.'
'Zo stom vind ik mijn leven nu: in plaats van liefde zou
medelijden voor mij kunnen volstaan'
Hoe kun je vechten zonder jezelf pijn te doen tegen iets wat in
je zit?'
'Het merkwaardige is dat ik me nu, zoveel jaren later, nog heel goed
het overhemd kan herinneren, dat hij die zondag aanhad (...). Ik
weet zeker dat ik als ik dat overhemd weer zou zien, het direct zou
herkennen en zou uitroepen, dat is het hemd dat oom Dolfijn aanhad
toen ik in mijn vinger sneed!'
'We lagen op bed,allebei aangekleed, en Ramón streelde mijn haar
zoals je de rug van een ziek dier streelt.'
'Antonia hield van boeken, en die liefde was zo intens, dat
degenen om haar heen daardoor werden aangestoken. Ik bijvoorbeeld.
Ik hield altijd al van lezen, maar door haar ontdekte ik dat plezier
in lezen heel iets anders is dan liefde voor literatuur.'
'Misschien denken we allemaal wel dat wij zelf rare snuiters zijn
en de anderen normaal.'
Else
November 2006