Demian
Deze roman speelt zich af in de tijd zo ongeveer tussen 1905 en 1919.
Verhaal wordt ook chronolgisch verteld. De hoofdpersoon is Emil
Sinclair, zoon uit een gegoede familie. Waarschijnlijk Duits, maar
afkomst en steden waarin eea plaatsvindt, spelen nauwelijks een rol.
Sinclair is 10 jaar oud als de roman begint. Hij ontmoet op toch wel
zonderlinge wijze (Max) Demian, een iets oudere jongen die ook bij hem
op school zit en met zijn moeder net in hun stad is komen wonen. Demian
maakt een wijze en volwassen indruk, waardoor ook docenten geimponeerd
zijn. Sinclair staat onder negatieve invloed van Franz Kromer, die
Sinclair dwingt geld te stelen van zijn ouders. Demian zorgt ervoor dat
Sinclair geen last meer heeft van Kromer. De wijze waarop is Sinclair
niet bekend. Beide praten hier ook niet over. Het zorgt wel voor een
jarenlange verbondenheid. Sinclair maakt zich los van zijn ouders en van
zijn zussen. Hij herkent in Demian een zielsverwant, maar loopt daar
jarenlang voor weg. Demian ziet in Sinclair ook het "Kain-teken". Demian
is ervan overtuigd dat de wereld 2 kanten heeft: goed en slecht en dat
niemand kan zeggen wat de definitie daarvan is. Tevens is hij ervan
overtuigd dat je kan laten gebeuren wat je wenst. Zo komt Demian
uiteindelijk -na een aantal keren te zijn verplaatst- naast Sinclair in
de bank terecht tijdens catechisatie-les, puur omdat hij dat wil.
De roman vertelt de zoektocht van Sinclair naar zichzelf in de tijd naar
volwassenheid. Het is ook een roman van een jongen die dweept met een
oudere vrouw (de moeder van Demian). Volg je instinct, je inzicht, je
dromen, je invallen. En loop niet weg voor de mystieke kant van het
leven. Niet alles valt rationeel te verklaren. Voor Sinclair gaat dat
met vallen en opstaan.
Tja, het is een wonderlijk boek, het voelde wel enigzins gedateerd aan,
maar de kern van het verhaal heeft nog niet aan kracht verloren. Er
zitten situaties in het verhaal die wat sprookjesachtig aan doen. Ik kan
me goed voorstellen dat dit boek destijds (vlak na W.O.I) als een bom is
ingeslagen. Dit soort boeken waren in die tijd erg vreemd. Ik denk dat
je jonge generatie er veel "steun" aan heeft gehad.
Reis naar het morgenland
De hoofdpersoon is H.H. en dat zal wel Hesse zelf zijn. Het is een kort
verhaal van H. die met weemoed terugkijkt naar zijn lidmaatschap van
"het verbond". Een gezelschap op reis naar het morgenland (de bestemming
lijkt meer fictie dan realiteit). Het gezelschap valt uit elkaar (de
reis wordt aburpt beeindigd) en H. analyseert waarom dit zo heeft kunnen
gebeuren. Volgens H. is Leo daarvan de oorzaak. Leo was een van de
mensen die zichzelf wegcijferde. Hij heeft het gezelschap plotseling
verlaten en volgens H. inclusief een aantal bijzondere eigendommen van
de andere leden van het gezelschap incl. de verbondsakte. Jaren later
komt H. Leo toevallig tegen en blijkt Leo niet te zijn wat H. dacht. Al
snel volgt de ontknoping en blijkt dat het verbond nog bestaat en dat
H.'s zienswijze zo ingewisseld kan worden voor 10 andere versie. H.
blijkt de uiteindelijk deserteur te zijn en niet Leo.
Ook hier een tja, het is mooi om te lezen, maar ik weet niet zeker of ik
het allemaal goed doorgrond. Het lijkt een verhaal te zijn waarin H.
waarschuwt voor grote ego's en het belang van mensen die een dienende
rol hebben in de maatschappij. Zij zijn immers de pijlers hiervan. Het
lijkt ook te willen vertellen dat je je niet blind moet staren op
bepaalde zaken uit het verleden (de abrupt afgebroken reis) en daarover
moet blijven treuren. Ook hier lijkt Hesse weer te willen vertellen dat
je jou weigen leven moet bepalen en "bouwen".