Robert Haasnoot, Steenkind


Wouter is een jongen van ongeveer 15 jaar. Hij kan niet goed leren, is "leesblind", en houdt erg van mooi verhalen. Hij woont in een klein, streng gelovig vissersdorp annex badplaats aan de Hollandse kust. De duinen zijn z'n ontdekkingsterrein. Op een dag verdwijnen zijn ouders spoorloos. Wouter blijft achter met zijn oudere broer Stijn. Na een paar dagen spoelt het lijk van zijn vader aan. Van zijn moeder wordt alleen een hoopje kleren gevonden.

Er komen dreigende telefoontjes van mensen die geld willen en Stijn wil de zaak van vader, een kunsthandel, verkopen zodra moeder officieel is doodverklaard. Voor Wouter voelt dit als verraad. Misschien is moeder helemaal niet dood. Langzaam raakt hij ervan overtuigd dat zijn moeder nog leeft en hem probeert te benaderen. Uiteindelijk ziet hij steeds een glimp van haar, in de kerk, in de bossen, de duinen en volgt haar naar zee.


Ik vind dit een prachtig boek(je) . De wanhoop en het niet kunnen geloven dat iemand dood is als je daar geen "bewijs"van hebt. Maar ook het bijna magisch denken van geluksteentjes en boodschappen van de doden. Wouter kan niet lezen, maar heeft een hoofd vol prachtige verhalen, waarbij bijbel en dorpsmythen moeiteloos door elkaar lopen. Hij denkt verder en grootser dan de meeste mensen. Bijvoorbeeld als hij op de basaltblokken aan het strand zit:

"Ik stak een vinger in een spleet tussen de enorme keien en voelde het water: lauw geworden water dat de zee had achtergelaten en dat tegen de tijd dat de vloed opkwam zou zijn verdampt. Om weer in de zee terecht te kunnen komen moest het water eerst een paar keer als regen neerslaan op het land, en of het daarna ooit nog de kust van Zeewijk kon bereiken? Misschien pas na miljoenen jaren en na eerst naar duizenden andere kustplaatsen op aarde te zijn gestroomd. Maar dan zou ik er niet meer zijn om het gedag te zeggen of om het te troosten als het opnieuw tussen de basaltkeien kwam vast te zitten."

 

Marjo N.
maart 2007

 

 

Van de achterflap:

Een stille zomernacht wiegt het vrome vissersdorp Zeewijk. In zijn bed hoort Wouter zijn ouders praten en lachen. Even later wandelen de eigenzinnige kunsthandelaar en zijn vrouw giechelend als een verliefd stel over het pad naar de duinen. Het is de laatste keer dat de jonge Wouter zijn vader en moeder zal zien.

 

De volgende dag worden ze als vermist opgegeven. Met zijn oudere broer Stijn kan Wouter niets anders doen dan wachten of de zoekacties van de politie en bekenden iets opleveren. Dagen later spoelt het lijk van hun vader aan. Van hun moeder vindt men bij een strandhuisje alleen een hoopje kleren.

 

Stijn reageert nuchter. De gevoelige Wouter klampt zich vast aan de mogelijkheid dat zijn moeder nog in leven is en raakt zo langzaam verstrikt in een door wanhoop en waan geregeerde werkelijkheid. Dan doet hij een opzienbarende vondst. Een ontdekking die hem op het spoor zet van een verschrikkelijke waarheid.  

 

Op de website van Robert Haasnoot valt ook een fragment te lezen.

 


Uitg. De Geus, 159 blz.

Robert Haasnoot

Recensie bij Chroom Digitaal 2000
 

 

Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 31/03/07  Eisjen