Wouter is een jongen van ongeveer 15 jaar. Hij kan niet goed leren,
is "leesblind", en houdt erg van mooi verhalen. Hij woont in een klein,
streng gelovig vissersdorp annex badplaats aan de Hollandse kust. De
duinen zijn z'n ontdekkingsterrein. Op een dag verdwijnen zijn ouders
spoorloos. Wouter blijft achter met zijn oudere broer Stijn. Na een paar
dagen spoelt het lijk van zijn vader aan. Van zijn moeder wordt alleen
een hoopje kleren gevonden.
Er komen dreigende telefoontjes van mensen die geld willen en Stijn wil
de zaak van vader, een kunsthandel, verkopen zodra moeder officieel is
doodverklaard. Voor Wouter voelt dit als verraad. Misschien is moeder
helemaal niet dood. Langzaam raakt hij ervan overtuigd dat zijn moeder
nog leeft en hem probeert te benaderen. Uiteindelijk ziet hij steeds een
glimp van haar, in de kerk, in de bossen, de duinen en volgt haar naar
zee.
Ik vind dit een prachtig boek(je) . De wanhoop en het niet kunnen
geloven dat iemand dood is als je daar geen "bewijs"van hebt. Maar ook
het bijna magisch denken van geluksteentjes en boodschappen van de doden.
Wouter kan niet lezen, maar heeft een hoofd vol prachtige verhalen,
waarbij bijbel en dorpsmythen moeiteloos door elkaar lopen. Hij denkt
verder en grootser dan de meeste mensen. Bijvoorbeeld als hij op de
basaltblokken aan het strand zit:
"Ik stak een vinger in een spleet tussen de enorme keien en
voelde het water: lauw geworden water dat de zee had achtergelaten
en dat tegen de tijd dat de vloed opkwam zou zijn verdampt. Om weer
in de zee terecht te kunnen komen moest het water eerst een paar
keer als regen neerslaan op het land, en of het daarna ooit nog de
kust van Zeewijk kon bereiken? Misschien pas na miljoenen jaren en
na eerst naar duizenden andere kustplaatsen op aarde te zijn
gestroomd. Maar dan zou ik er niet meer zijn om het gedag te zeggen
of om het te troosten als het opnieuw tussen de basaltkeien kwam
vast te zitten."

Marjo N.
maart 2007
Van de achterflap:
Een
stille zomernacht wiegt het vrome vissersdorp Zeewijk. In zijn bed
hoort Wouter zijn ouders praten en lachen. Even later wandelen de
eigenzinnige kunsthandelaar en zijn vrouw giechelend als een
verliefd stel over het pad naar de duinen. Het is de laatste keer
dat de jonge Wouter zijn vader en moeder zal zien.
De
volgende dag worden ze als vermist opgegeven. Met zijn oudere broer
Stijn kan Wouter niets anders doen dan wachten of de zoekacties van
de politie en bekenden iets opleveren. Dagen later spoelt het lijk
van hun vader aan. Van hun moeder vindt men bij een strandhuisje
alleen een hoopje kleren.
Stijn
reageert nuchter. De gevoelige Wouter klampt zich vast aan de
mogelijkheid dat zijn moeder nog in leven is en raakt zo langzaam
verstrikt in een door wanhoop en waan geregeerde werkelijkheid. Dan
doet hij een opzienbarende vondst. Een ontdekking die hem op het
spoor zet van een verschrikkelijke waarheid.
Op de website van
Robert Haasnoot valt ook een fragment te lezen.