Is dit een roman? Niet in de strikte betekenis van het woord denk ik,
maar het vertelt wel een verhaal. Het is autobiografisch.
Cummings vertelt over een korte periode in zijn leven, een tijdspannen
van een maand of drie dat hij in een soort kamp zat. Het was een Depot
de Triage, hetgeen inhoudt dat degenen die daar zaten in afwachting
waren van een definitief vonnis, met
een definitieve plaatsing. Het kamp was in en oud seminarie, waarin de
Grote Zaal zich bevond. Die zaal was een enorme ruimte waarin zich vele
mannen bevonden, Van allerlei slag en pluimage, en van allerlei
nationaliteiten.
Het is dus niet echt een verhaal over de oorlog zelf, maar over een
bijverschijnsel, dat nauwelijks bekend is. Cummings kwam daarin terecht
omdat zijn vriend B. opgepakt werd en hij die niet alleen wilde laten.
De periode bestrijkt de maanden augustus 19197 tot januari 1918, en het
seminarie bevond zich in Normandië, in Ferté-Mace. Het lijkt er op dat
het gebouw verdwenen is, ik kan het althans niet meer vinden.
Wat Cummings boek meesterlijk maakt, en ontzettend boeiend zijn de
beschrijvingen die hij geeft van zijn gezelschap. In eerste instantie
de andere mannen, maar ook de vrouwen die in een andere ruimte zitten,
komen aan de beurt. Niet zo uitgebreid natuurlijk, want het was niet de
bedoeling dat zij contact met elkaar hadden. De bewakers worden
besproken, en de
directeur krijgt speciale aandacht. Zijn geschreven portretten zijn
magnifiek, en dan voegt hij er ook nog zijn eigen tekeningetjes bij. Ik
geef toe: het leest niet vlot, maar je kan eigenlijk gerust af en toe
het boek openslaan en dan het ‘portret’ lezen waar je dan op stuit.Ik
doe het even:
‘Achter de tafel stond een man van ongeveer mijn lengte die mij vorsend
aan keek. Hij was een jaar of veertig en had een ziekelijk bleek en
lang gezicht. Hij had borstelige, halfcirkelvormige wenkbrauwen die
zover overhingen dat zijn ogen slechts blinkende spleetjes waren. Zijn
wangen waren zo uitgehold dat ze naar binnen welfden. Hij had geen neus
in de ware zin des woords, maar een enorme snavel die zo belachelijk
smal was dat zijn gezicht eruitzag of het zo voorover kon knakken en de
zwakke kin volkomen overschaduwde. Zijn mond bestond uit twee
onzekere lippen die nerveus trokken. Zijn kort geknipte zwarte haar zat
in de war, zijn bloes waaraan een croix de guerre hing stond open en
zijn benen, waaromheen geen windsels
zaten, mondden uit in pantoffels. Zijn verschijning deed me een beetje
denken aan Ichabod Crane. Hij had een echte kippennek. Als hij dronk
moest hij zijn hoofd zover achterover gooien zoals hennen doen, opdat
de vloeistof zijn keel in kon glijden. Maar de manier waarop hij zich
overeind hield, gevoegd bij het spastische trekken van zijn vingers en
zijn zenuwachtige ‘uh’s en ah’s‘ die als onzekere komma’s zijn
aarzelende zinnen interpungeerden maakten van hem toch meer een haan,
een nogal door de motten aangevreten haan, ie zichzelf ontzettend
serieus nam en een show opvoerde voor een denkbeeldige groep
bewonderende hennen ergens diep in zijn onderbewustzijn.’
Nu is dit een beschrijving van uiterlijk, meesterlijk genoeg. Maar
Cummings kan ook van gedrag en gevolg daarvan een fantastische
beschrijving geven! Het is echt een genot om te lezen. Je vergeet dat
het eigenlijk om een afschuwelijke oorlog gaat.
Er is een nawoord met informatie over het boek en een biografische
tekst over de schrijver. Er zijn vertaalnoten, die nodig zijn voor
mensen die geen Frans spreken. Er staan namelijk vaak Franse citaten in
de tekst. Als Cummings verwijst naar de literatuur van die tijd of iets
dergelijks, dan staat er een voetnoot. Dit alles en de vertaling komt
voor rekening van
Harry Oltheten.

Marjo
|


E.E. Cummings
De bibliotheek van de
Eerste Wereldoorlog
info over de auteur
(even naar beneden
scrollen)
|