‘Door Cravenmoore wandelen
was als wandelen in een betoverende en tegelijk angstaanjagende droom.’
1937, Armand Sauvelle sterft en laat zijn vrouw, Simone, en twee
kinderen, Irene en Dorian, berooid achter in Parijs. Het geluk lijkt
zijn nabestaanden pas weer toe te lachen als Simone maanden later een
betrekking krijgt aangeboden, in een huis aan de Normandische kust.
Speelgoedfabrikant Lazarus Jann heeft een huishoudster nodig. Hij heeft
bovendien een eigen huis voor Simone en haar kinderen, een huis op de
klippen. Door een dichtbegroeid bos loopt de weg naar Cravenmoor, het
huis waar Lazarus woont, met zijn zieke vrouw. Hij verzorgt haar zelf.
Af en toe is er een hulpje: Hannah, een meisje uit het dorp, ongeveer
vijftien, net zo oud als Irene. Ze zijn al snel vriendinnen. Hannah
heeft een neef: Ismael, zeventien is hij. Irene en Ismael worden
verliefd en maken boottochtjes. Dan vertelt Ismael Irene de legende van
het vuurtoreneiland en het verhaal van het wrak in de grot. Wie opgelet
heeft begrijpt dat hij de schrijver is van de brief waarmee het boek
begint. Dorian raakt gefascineerd door de mechaniekjes die Lazarus in
zijn huis heeft staan en vermaakt zich prima. Alles is goed nu. De
ellende is voorbij.
Maar dan wordt Hannah gevonden in het bos: dood. Als Ismael hoort dat
de politie Hannahs dood afdoet als ‘dood door hartfalen’, besluiten hij
en Irene de zaak zelf te onderzoeken. Tussen de bedrijven door leest
Irene in het dagboek van Alma Maltisse, de vrouw die omgekomen is in
een grot langs de baai, een schrift dat Ismael gevonden heeft in het
wrak van haar boot.
Intussen is Dorian op zoek naar de bron van het lichtschijnsel in het
bos, waardoor hij Lazarus ontmoet. Die vertelt hem het verhaal van de
Doppelgänger (Een doppelgänger is een wezen dat in fictie een
vrijwel exacte kopie vormt van een andere persoon) en geeft hem een
kleine beschermengel.
Simone merkt dat ze haar werkgever heel erg aardig vindt, en het blijkt
wederzijds. Maar al ziet niemand haar, Lazarus heeft wel een vrouw! Al
deze lijntjes, al deze verhalen binnen een ander verhaal, komen bij
elkaar in een spannende ontknoping in dit verhaal, waarvan je
aanvankelijk zou kunnen denken dat het een romantisch feelgood verhaal
is. Maar natuurlijk kennen we Ruiz Zafon…
En ja, het verhaal speelt niet voor niets eind jaren dertig van de
vorige eeuw. Tegen deze duistere achtergrond vormt zich een verhaal met
verrassende wendingen en onvoorstelbare gebeurtenissen, de een nog
angstaanjagender dan de andere; de strijd van het goede en de onschuld
tegen het kwade, dat op
komt eisen wat toegezegd was; kinderen die moeten zien dat ze al deze
verschrikkingen overleven: het zijn de ingrediënten van een meeslepend
boek, dat niet geschikt is voor tere zieltjes.
Carlos Ruiz Zafon vertelt in een voorwoord dat hij vier boeken schreef
voor hij bekend werd met De schaduw
van de wind. Die boeken werden uitgegeven voor de jeugd. Dit
boek is het derde.
‘Maar’, zegt hij; ‘ik heb geprobeerd het soort roman schrijven dat ik
als kind graag had gehad, maar waarvan ik ook nog zou genieten op
drieëntwintigjarige leeftijd, als een veertigjarige of als
drieëntachtigjarige.’ Als je als thema de liefde neemt, waar de strijd
tussen goed en kwaad onlosmakelijk mee verbonden is, dan is het alvast
een verhaal voor alle leeftijden. Zijn hoofdpersonages zijn kinderen,
en hij verwijst naar boeken die eerder bij volwassenen bekend in de
oren zullen klinken: Orson Welles, Ismael en Hoffmann.
Of hij in zijn opzet geslaagd is? Oordeel zelf, maar wees gewaarschuwd:
lees niet op een sombere dag, een donkere nacht, en eigenlijk ook niet
als je niet in gezelschap verkeert.

Marjo
|

website over
zijn
Young Adult romans
|