Een boekje van iets meer dan honderd 'halve' pagina's. Ik noem het halve
pagina's omdat het geen normaal boekenformaat is, maar misschien de
helft ervan. Je leest het dus tussen het eten en de afwas uit..
Het gaat over een Vlaamse jongen uit een eenvoudig en arm gezin, die
volgens de onderwijzer moet doorleren. Hij komt op het seminarie en
wordt daar sterk beïnvloed door meneer Servaes, een priester die
geschiedenislessen geeft.
"hij schilderde Rusland af als een goddeloze hel. De Russen waren
gevaarlijke onmensen, riep hij uit, alleen maar erop uit om het
christendom uit te roeien."
Adriaan is erg beïnvloedbaar en gelooft alles. Als diezelfde priester
hem vraagt of hij geen lid wil worden van de katholieke studentenactie (KSA)
zegt hij ja. Die vereniging is Vlaamsgezind. Na de Eerste Wereldoorlog
betekent dat dat je anti-Frans bent, maar ook anti-Belgisch. Want België
is meer Frans dan Vlaams.
"Daar luisterde hij aandachtig naar de opzwepende woorden van
politieke leiders. De politiek is verrot, schreeuwden ze. Nieuwe
partijen moeten de macht grijpen, zoals dat in Duitsland gebeurd
is.. Ze vertelden met ronkende woorden over een Dietse eenheid, over
Germaanse broedervolkeren, over de verbondenheid van het Vlaamse met
het Duitse volk: een Groot-Germaans rijk. Ja, dat klonk goed, dat
was de toekomst."
Niet vreemd is dan de stap die Adriaan tot groot verdriet van zijn
ouders en vriendinnetje zet: hij gaat als vrijwilliger bij de SS. Al
tijdens de zeer harde opleiding door Duitsers die helemaal geen rekening
houden met de idealen van een Vlaamse jongen komen de eerste twijfels.
Nog meer komen die als hij de vrome Russen in hun dorpjes ontmoet, en
beseft dat hij verkeerd voorgelicht is.
"hij was al lang niet meer de Adriaan van het Klein-Seminarie,
laaiend van enthousiasme voor het Groot-Germaanse Rijk, de kop
dolgedraaid door Duitse propaganda. Ooit was het oostfront een verre,
romantische droom geweest. Een ideaal dat zijn leven zou vullen:
vechten tegen de goddeloze communisten. Nu keek hij met andere ogen
naar het oostfront. Oorlog betekende bittere ellende, Siberische
koude, gewonden, fluitende kogels, dood."
En zo komt de bedrogen jongeman tot inkeer..maar of dat hem nog baat?
In een nawoord vertelt de schrijver dat dit een echt gebeurd verhaal is,
misschien is niet alles een en dezelfde jongen overkomen, maar het zijn
wel ervaringen van Vlaamse (of Nederlandse) domme jongens. Vlamingen
waren er tussen de tien- en twintigduizend, die veelal een oneervolle
dood stierven. Ik ken de cijfers over Nederlanders niet.
Toch weer een andere kant van de oorlog, die in dit boekje voor de jeugd
kort en krachtig verteld wordt.