Cyriel Buysse: ´t Bolleken



' Nonkelken was dood' Zo begint het boek, het zet meteen de toon. Het is Vlaams, en het is somber.
Nonkelken is een rijke landheer op het Vlaamse platteland. Hij leeft louter en alleen voor het plezier: lekker eten, veel drinken en de vrouwen vallen ook voor zijn geld. En dit wordt zijn dood, hij wordt ziek. Van de jenever, zegt de dokter.

'Aan een eigenaardige ziekte was hij gestorven. Dat was begonnen met een soort van kitteling in zijn slokdarm, als een begin van verkoudheid. Het deed hem hoesten, herhaaldelijk en hardnekkig, maar steeds droog; en hij werd er nijdig onder en schudde soms gesard het hoofd, terwijl hij hard met de vuist op zijn borstbeen klopte, alsof daar, diep, iets zat, dat hij maar niet weg kon krijgen. Er zat daar werkelijk iets, beweerde hij, net een
balletje dat hij er duidelijk voelde, iets dat onophoudelijk op en neer bewoog, alsof het wilde bovenkomen en niet kon'

Meneer Vital, zijn neef, student in de rechten, erft al de ontroerende en roerende goederen. Hij gaat op het landhuis wonen, met het vaste voornemen om als de zomer voorbij is, zijn studie af te ronden. Een ander vast voornemen is dat hij nooit teveel jenever zal gaan drinken, zoals zijn oom. Van beide voornemens komt niets. In het begin verzet hij zich nog, maar langzaam glijdt hij in het zelfde soort leven als zijn oom leidde. Maar zijn oom was tevreden, en dat wordt meneer Vital nooit.
Geld maakt niet gelukkig..

Natuurlijk is het een gedateerd boekje, het is uit 1959, maar ik had nog nooit iets gelezen van Cyriel Buysse. En het taaltjes beviel me wel. Het is deels geschreven in West-Vlaams dialect.

'Menieren, blijf gulder nog moar watte, moar mij moet g´excuseren,´k hè nog zieke te bezoeken.' 'O, docteur, docteur! En w´n hen nog van de jacht nie gesproken, protesteerden zij allen. 'wel, arrangeer het moar onder mallekoar; veur mij es ´t al goed wat da ge beslist, moar ´k moe veurt.` O as't azeu es we goan euk,' zeiden de andere heren.

Vaak ook nog met Frans ertussendoor, als er iets besproken werd dat het personeel niet mocht verstaan. Ik vond het wel grappig. Maar het verhaaltje is somber.



En hier zit achter de computer een authentieke Buysse fan. Cyriel Buysse, de Louis Couperus van België! En om even Lodewijk van Deyssel te citeren:

'Buysse ziet in het gehéele leven zijner opbjecten meer door den gloed heen van de werkelijke genegeheid, die hij hun toedraagt. Bij Zola treft meer de mate van 'waarheid'in de schildering, maar is de liefde van den kunstenaar voor de ménschen minder doordringend.'

En zo is het maar net. Ik heb hier deel drie en vier van het Verzameld Werk uit 1974 bij de hand. Keuze te over, alles wat Buysse schrijft is geniaal. 'Tantes'uit 1924 geeft een mooi beeld van drie rijke kwezels, die het lot van hun drie arme nichtjes in handen hebben....en die zullen net zo worden als de tantes zelf, al verzetten ze zich hevig. Alleen broer Max mag trouwen  en kinderen krijgen van de tantes.

Mijn favoriet is Het ezelken (staat niet in de twee delen die ik hier heb liggen). Dit stukgelezen exemplaar heb ik tevergeefs gezocht in de puinhopen die mijn zg. boekenkasten moeten voorstellen. Het is me pijnlijk duidelijk dat daar nou echt iets aan moet gebeuren, als  ik mijn lievelingen niet eens kan vinden!

'Het ezelken'is de bijnaam van de oudere zuster-huishoudster van een pastoor  in een klein dorpje. Deze vrouw is haar broer met hart en ziel toegedaan. Haar leven staat helemaal in dienst van haar Geweldige Broer! Het is dan ook meer dan tragisch dat ze het huis uit wordt gezet voor een jonge, knappe deerne met wie broerlief ook nog andere dingen doet dan het menu bespreken. Broer wordt alsmaar dikker en voller en welgedaner, terwijl zijn zuster eenzaam wegkwijnt achter de vitrages van het huisje waarnaar ze verbannen is.

Ik zou graag een stukje tekst willen citeren, maar ja, waar is het boek?! Misschien kan een andere boekgrrl inspringen?


ook in mijn 2 Cyriel Buysse's "omnibussen" geen tante's.


De 'Tantes' staan in hun geheel in de DBNL (digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, doorklikken op de titel), net als 'De biezenstekker' en de 'Leeuw van
Vlaanderen.'. Daar kan dus naar hartelust (of is het tegenwoordig hartenlust  ;-)) uit geciteerd worden. Maar Trudes favoriet was 'Het ezelken' en daarvan is de tekst niet beschikbaar. Ik heb hem ook niet :-/

Ik moet even wat rechtzetten: Buysse schreef niet in West-Vlaams, maar Oost-Vlaams dialect. Aldus een Vlaming, die zal het toch wel weten. Die Vlaming vertelde me ook dat het boekje geschreven is in 1909. 1959 is dus de datum van een uitgave.


 

 

 


Cyriel Buysse werd geboren te Nevele op 20 september 1859. Zijn vader had te Nevele een chicoreifabriekje. Hij behoorde tot een welgestelde en ontwikkelde familie in de Leiestreek. Na zijn middelbare studies te Gent moest Cyriel er op het kantoor gaan werken met de bedoeling later de zaak over te nemen. Voor zijn zesentwintigste schreef hij niet. Op aanraden van zijn tante, de schrijfster Virginie Loveling, begon hij te schrijven. Toen vader Buysse op een dag vernam dat hij omgang had met een dochter uit een plaatselijk café werd hij thuis buitengezet.
(meer op Louis' thuispagina, met een uitgebreide bibliografie)
 

Boekgrrls

Laatste keer bijgewerkt: 08/08/06  Eisjen

Terug naar top pagina