Wanneer mensen bij mij thuis Stadsliefde oppakken en openslaan beginnen
ze gelijk met hun neus te snuffelen. De bladzijden hebben dan ook een
aparte en sterke geur, die het meest doet denken aan stapels oud
papier. De bladzijden zijn zo lijkt het op een soort kringlooppapier
gedrukt, maar nergens in het boek kon ik daar informatie over vinden.
Het formaat komt ook niet overeen met dat van een doorsnee boek; het is
breder, het gevolg van de 2½ cm brede kantlijn in telkens wisselende
pasteltinten die op elke bladzij is aangebracht. Verder staan er heel
veel prachtige paginagrote foto's in het boek van Tessa
van der Waals en Frans Toet. Geen foto's van Parijse straatbeelden of
monumentale panden, maar telkens een enkel detail; een pijl op de weg
bijvoorbeeld, een reclameposter bij De
Hallen of een stuk graffiti op een oude muur. Ik vind ze schitterend.
Maar genoeg over het uiterlijk, nu meer over de inhoud. Of wacht toch
nog even dit: op de achterkant staat een met losse handen fietsende
Adriaan van Dis afgebeeld en in het verhaal À bicyclette vertelt hij
een vrouw die in een Griekse krant bladert
over het steeds uitbreidende aantal fietspaden en speciale
verkeerslichten. Toch is er bijna geen Parijzenaar die de fiets neemt,
het heeft geen status. En zo staat Stadsliefde
vol met compacte verhalen, anekdotes en observaties van het dagelijks
leven in Parijs, de metropool waar arm en rijk dicht langs elkaar heen
schuren. Uit zijn korte schetsen blijkt duidelijk zijn fascinatie voor
de minder bedeelde mensen, die vaak huis en haard achter zich gelaten
hebben om hun geluk te beproeven in Parijs. Het zijn scherpe
waarnemingen waarmee hij het veranderende politieke klimaat en de
toenemende intolerantie
weergeeft. Er is gelukkig ook veel moois te zien en er zijn tientallen
prachtig beschreven ontmoetingen, waar ik bij het gefingeerde Hoog
bezoek een glimlach niet van mijn lippen kreeg. Maar wat je bovenal
proeft is zijn grote liefde voor deze stad waar hij zeven jaar gewoond
heeft en nog altijd een chambre de bonne huurt.
Ik ben over het algemeen geen liefhebber van verhalen bundels, die heb
ik echt moeten leren lezen. Niet alle verhalen achter elkaar willen
verslinden, maar telkens een klein aantal verorberen. Zo heb ik ook dit
boek gelezen. Van Adriaan van Dis wist ik na het lezen van Barbaar in
China al dat hij mooie verhalen kon schrijven. Stadsliefde is
daarvan opnieuw een bewijs. Ik stond af en toe versteld van zijn
vooruitziende blik en
voel ook altijd iets merkwaardigs als ik zijn verhalen lees. Dat heeft
denk ik te maken met dat op mijn netvlies telkens die keurig geklede en
gekapte meneer verschijnt en ik me
moeilijk voor kan stellen hoe hij daar 's nachts rondloopt tussen
zwervers en in buurten waar ik niet over zou piekeren om in rond te
dwalen. Blijkbaar is hij niet zo bang uit gevallen of weet hij dat goed
te maskeren. Of veel plausibeler; waarschijnlijk is het
zijn nieuwsgierigheid die het telkens weer wint van zijn twijfel. En
voor wie ook een ander Parijs wil leren kennen dan dat van de
reisgidsen is er achterin Stadsliefde een register om met Adriaan van
Dis mee te kunnen wandelen of te fietsen.

Janneke
|

eerste hoofdstuk

Adriaan van Dis
|