De dakranden spelen over straat
Ze krommen hun hijsbalken naar elkaar
De puien ademen damp aan stoepen vol ijzel
Wit uitgeslagen gevels doen een rijdans
De gedenkstenen praten over feesten
van een eeuw geleden
Hoge lieden met mortel en troffel
De strik in de eerste spriet van de boom
Honderd jaar later gluren de huizen
door een groeiende waaier bladeren
een sluier groen voor gelegenheid tot
zomerse vrijheid in de kamers
Op de donkere oudejaarsavond
hebben ze alles in de gaten
De ruiten knipogen naar elkaar
Ze werpen blikken vol vuurwerk
De mensen feliciteren hun buren
Ze drinken champagne op de stoep
en schieten stinkende papiersnippers
met knallen rond de kale boom
Het feest is al een eeuw afgesproken
tussen de stenen onderling
De buren treffen elkaar bij toeval
Alleen de huizen zijn betrouwbaar
Diana Ozon (1959)
Trefwoorden: strofen, regels, enjambement, personificatie, woordspeling
----------------------
DIT IS DE LAATSTE AVOND...
Dit is de laatste avond dat wij spreken,
want dit vertrek duldt geen geluid
dan van de mond het zoete breken.
Het wrijven tussen huid en huid
doet alle woorden in jou groeien;
mijn warme adem wist ze uit.
Verhevig het bewegen
en leg het spreken stil
tot alles is verzwegen.
Vervang het woord door een gebaar
en spreek niet meer want wat
gesproken is, is niet meer waar.
Neeltje Maria Min (1944)
Trefwoorden: eindrijm, metrum, meerduidigheid, paradox
------------------------
Geachte Muizenpoot,
Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten
aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat
ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die
bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-
zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is - en niet omgekeerd - opdat U daar niet in
zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)
Nu, met mijn hart gaat het wel beter, maar de tuin is
verwoest mijn lam, verwoest. En sta ik radeloos onder
onzuiver groen in dit en komende seizoenen: mijn hoofd
tot hatens toe, mijn hout tot bladeren bedorven en
schrijven wij pas mei. Dat hebt U er nu van, mij
's winters te beminnen en 's zomers te dwingen onder
raar lover humorloos en onchinees te wezen, mij, lief
hebbend evenwichtig als een oude man, genegenheid bed-
weterig doen zien ontaarden in het teer, vraatzuchtig
zeuren der libelle-achtige dames, want ik weet mijn plek.
Een teer punt. Een voordeel zo te zien, maar wezenlijker
reden om over in te zitten dan de onbenulligheden die
van onderhonden het gedachtenleven leiden tot in priëlen
van zelfbeklag: zulk lijden slecht gemotiveerd maar zinvol,
want wie, wie vreet mijn spijt? Neem dan de bomen maar, die
bloeiend blind tot vaderloos afvallige vruchten, bederf en
winterkou: en nooit een klacht! Want tot verstommens toe is
liefde hun te moede. Te moede is. Liefde mij te moede, is
liefde mij... etc. (handtekening onleesbaar)
Fritzi ten Harmsen van der Beek (F. Harmsen van Beek) (1927)
Trefwoorden: woordspeling, vergelijking, ‘tante Betje’ e.d.
--------------------------------------
VROUWEN
Vrouwen
zijn diepe drenkelingen
mistiger en meer
onopgemerkt verdwijnend
dan mannen
die aan het oppervlak
van hun ogen meestal
leesbaar zijn
Lizzy Sara May (1918-1988)
--------------------------------------
VERSCHIET TE ROME
Ruďnes? Ik weet ze in mijn leven al.
Een weids terrein vol brokken, zelf gemaakt,
uit eigen grond gestampt. Maar avondgloed
te Rome, zachtvurige zonsravage regenboogbekroond
laat door geen glorieus verwoest bestaan
zich evenaren. Ik aanzie die wondere
ondergang, besef hoe mijne evenmin fataal
en keer op keer als voor het eerst zal zijn.
Anneke Brassinga (1948)
Trefwoorden: neologisme, alliteratie, overlooprijm
-----------------------------------------
OP ZONDAG ...
Op zondag is de stad een groot aquarium.
Het licht stroomt er als vuilgeel water binnen.
Langs het verflenste wier van parken
en onverschillige plantsoenen
zwemmen de mensen als verdwaasde vissen rond
tussen de vale huizenriffen
door scholen kinderen omstuwd.
Met bolle ogen happen zij naar lucht,
snakkend naar de bevrijding die zij haten:
het schrikbeeld van de maandagmorgen,
gekromd van plichtsbesef en wit van zorgen.
Hanny Michaelis (1922)
Trefwoorden: paradox, vergelijking
----------------------------------------
AU
Zou dat er zijn, een wet
tot het behoud van pijn?
Zodat, als wij hem hier bestrijden
iemand, ergens, pijn moet lijden
erger dan het woordje au?
Of zou pijn, als energie
(even nog, analogie)
zich omzetten, niet in warmte,
maar bijvoorbeeld in een armte
erger dan het woordje au?
Of zou de pijn die wij verdrijven
in een ŕndere vorm hier blijven
lachloos, zangloos doen verstijven
onze pijn-dorstige lijven
hunkerend naar het woordje au?
Judith Herzberg (1934)
Trefwoorden: eindrijm, herhaling
-------------------------------------------
WIE KAN PLATO'S SYMPOSION NOG ...
Wie kan Plato's Symposion nog
Lezen, waar vrouwen voor het gesprek
Worden weggestuurd en als hoogste
Liefde die tussen mannen wordt
Aangeprezen? Welke vrouw met
Zelfrespect? Alles moet opnieuw
Geschreven! Mijn vriend, die zijn
Manchetten met paperclipsen knoopt,
Het liefst die van zijn rok, hem wees
Ik erop dat de hoogst georganiseerde
Samenlevingen van dieren de
Gefeminiseerde zijn en hij
Schrok. Maar ons discours - over de
Wrok - was luchtig en geleerd en wij
Dineerden. Spoedig zag men ons op
De dansvloer, in een foxtrot, hij
Volgde en ik leidde. O het was
Een plezier, alles moest op zijn
Kop en ook zo blijven, daar
Stonden wij inmiddels op.
Elly de Waard (1940)
Trefwoorden: ironie, voorrijm
--------------------------------------------
EEN HAPJE
Rabarbertaart, gâteau St. Honoré,
Schwarzwalder Kirsch, Key lime pie, amandino,
cointreaupunt, gemberbolus, hazelino,
biscuitgebak, tompouce, roze glacé.
Frambozenschuimtaart, vlaai, mokka-baiser,
brioche, knusperli, Berliner bol,
prelatenkrans, éclair, profiterole,
rum baba, clafoutis, appelcarré.
Extractie, jacketkroon, apexfixatie,
retentiestift met tweevlaksrestauratie,
wortelkanaal van de derde molaar.
Fixatiekap, marsupialisatie,
Composiet inlay, vitaalamputatie,
Volledige prothese. Hapt u maar.
Patty Scholten (1946)
Trefwoorden: sonnet, wending, metrum
-------------------------------------
BIJNA NOOIT
Bijna nooit zie je een vogel in de lucht
zich bedenken, zwenken, terug.
Judith Herzberg
