Moses Isegawa woont sinds 1990 in Beverwijk. Hij is in 1963
in Oeganda geboren. In 1997 debuteerde hij met 'Abessijnse Kronieken'. Ik herinner me
gelezen te hebben dat hij een compleet manuscript (in het engels geschreven) bij een
redacteur van de Bezige Bij door de brievenbus heeft gepropt en dat die vanaf het begin
overtuigd was iets bijzonders in handen te hebben.
Slangenkuil is Isegawa's tweede roman. Ik kocht 'm voor 25 op de boekenmarkt in
Deventer bij de kraam 'nieuwe beschadigde boeken'. Mijn exemplaar is er mooi daarheen
gefietst; ik heb geen krasje ontdekt.
Ik heb het in twee rukken uitgelezen (wie Deel 7 van Voskuil al gelezen heeft mag nu
grimassen). Als ik van tevoren had bevroed waar het over gaat, zou ik het nooit hebben
gelezen. En ook achteraf, als ik vertel wat er verhaald wordt, kan ik me niet voorstellen
dat dat uitnodigt dat doorlezen. En toch, Isegawa schrijft zo zuiver, zo beeldend, zo
spannend dat je de grootste gruwelijkheden meebeleefd zonder het boek weg te leggen. Want
gruwelijk is het.
Het boek (ik heb het in het Nederlands gelezen) speelt in de jaren zeventig in Oeganda,
onder de heerschappij van Idi Amin. We leven het leven van Amin zelf, een van zijn
generaals, de rechterhand van Amin, uit Engeland afkomstig, verschillende vrouwen van de
heren en alles alles is even verrot. Intriges, moordpartijen zijn van een afgrijselijkheid
waar je eigenlijk niet bij stil wil staan.
Maar het moet wel verteld worden, zulke stukken geschiedenis, zulke inzichten in
waar wij mensen toe in staat zijn. En Isegawa doet dat ongelooflijk boeiend.