Hoewel de zeer aantrekkelijke omslag met
lavendelvelden en de ondertitel een schrijfster in de Provence doen
vermoeden dat het een boek over de Provence is, blijkt dit bij lezing
slechts zeer ten dele waar. De schrijfster, de Zuid-Afrikaanse Marita
van der Vijver, zegt het op de achterflap ( en op de eerste pagina ) dan
ook zelf : "Als ik een illusie van romantiek wil scheppen, kan ik
zeggen dat ik een Afrikaanse schrijfster ben die in een middeleeuws
dorpje in het zuiden van Frankrijk woont.. Maar als ik eerlijk wil zijn,
kan ik maar beter zeggen dat ik een vermoeide huisvrouw ben die met een
te groot gezin in de Kerkstraat woont."
En eerlijk is dit autobiografisch verslag van Marita zeker ( hoewel ze
toegeeft soms het verhaal vanwege de sjeu te hebben aangedikt).
Ze is met haar zoon naar de Provence gekomen om daar een jaar schrijvend
door te brengen. Ze wordt echter al snel verliefd op Alain, een fransman,
met wie ze in een klein dorp een druk huishouden gaat voeren samen met
zijn twee zonen, haar zoon en hun gezamenlijke dochtertje dat zich al
snel aankondigt. Ze vertelt over het reilen en zeilen van dit
samengeraapte jonge gezin, met zelfs op dit niveau al merkbare culturele
verschillen, en het aanpassen aan de nieuwe omgeving. Ze doet dit vaak
met zelfspot, soms met zelfbeklag. Ze noemt zichzelf (gelukkig) een
blanke verwende vrouw uit Zuid Afrika als ze zegt: "Vergeet niet dat ik
in Zuid-Afrika maar één kind had, in een kleine bungalow woonde en vijf
dagen in de week een huishoudelijke hulp had. Hier heb ik vier kinderen
, plus de Neef uit het noorden plus een wisselende verzameling vrienden
van alle vier de kinderen, alsmede Franse en Afrikaanse familieleden en
vrienden die regelmatig komen logeren; ik woon in een groot huis met een
half dozijn slaapkamers, en ik heb geen huishoudelijke hulp."
Dat dit alles zich afspeelt in de Provence (in de ogen van veel van mijn
lezers een sprookje) doet er voor Marita eigenlijk niet zo toe, maar
uiteraard komen de typisch franse eigenaardigheden, waaraan de
schrijfster moet wennen en waaraan ze zich moet aanpassen geregeld aan
bod.
Ze beschrijft haar dagelijkse bestaan dat eigenlijk kleurloos en saai
is, behalve wanneer de nimmer eindigende huishoudelijke catastrofes van
een te groot gezin zich voordoen.
Ze vertelt hoe ze noodgedwongen leert om haar handen uit de mouwen te
steken en ze geeft vaak eerlijk en uit de grond van haar hart toe dat ze
er een hekel aan heeft: ( Nadat ze 8 luiken, die al afgeschuurd waren in
2 maanden 3 keer in de verf gezet heeft, verzucht ze "maar zoals alles
wat akelig is, ging ook dat voorbij")
|
Uitg Sirene, 2006 , 223 pag.
ISBN 90-5831-370-0
![Omslag HET HART VAN ONS HUIS[9058313700]](../../Bgimages/Schrijvers/VanderVijver.jpg)
De Zuid-Afrikaanse Marita van der Vyver woont met haar
Franse echtgenoot en vier kinderen in Frankrijk. Haar debuutroman Griet
schrijft een sprookje werd een internationale bestseller en werd bekroond
met de belangrijkste literaire prijs van Zuid-Afrika. Van haar verschenen
eerder de romans De sprookjes-schrijfster en de poppenspeler en Vergenoeg.

Marita van der Vyver |
Hoewel het boek dus niet expliciet over de Provence gaat, zullen
francofielen en mensen als ik, die zich in de Provence, of elders op het
platteland in Frankrijk gevestigd hebben, veel herkennen: de eindeloze
papieren bureaucratie, de franse keuken en het eeuwige gepraat erover,
de etentjes aan een lange witgedekte tafel in de schaduw van de platanen,
de toeterende- altijd vrouwlijke - postbodes, de openingstijden, het
geregeld uitvallen van de stroom, de stakingen, de soms lachwekkende
misverstanden door de taal, de tradities etc.
Wat ik zelf mooi vond was haar beschrijving van de 4 seizoenen in de
Provence (herfst: er hangt een fonkelende frisheid in de lucht, een
koperachtige glans in het licht, de wonderlijkste geel-metoranje gloed
in de wijngaarden en bomen.)
Interessant is dat dit boek tegelijkertijd wat inzicht geeft over het
blanke leven in Zuid Afrika. Dit alles niet diepgaand, ze vertelt en-passsant
één en ander over de man/vrouw relaties, het rijke leven van de blanken,
hun gevoel van onveiligheid ( hier in de Provence sluit ik mijn deur s
nachts niet eens en mijn fiets kan weken lang buiten blijven staan
zonder gestolen te worden) en in het hoofdstuk De dingen die je mist kom
je meer te weten over de Zuid-Afrikaanse eetcultuur
Tenslotte iets over de schrijfstijl.
Marita van der Vijver lijkt me een rasverteller, ze geeft je het gevoel
dat je naast haar zit: "Doe je ogen maar dicht en beeld je in dat je op
de veranda van het café schuin tegenover het boulesterrein zit. Je hoort
het kling-kling van de ijzeren ballen en het kabbelen van de rivier. Je
ruikt lavendel en rozen, roomijs en sterke zwarte koffie. En anijs
natuurlijk. Je heft je glas en je neemt voorzichtig een slokje pastis."
Maar soms wijdt ze wat mij betreft wat te veel uit, dan kabbelt het
verhaal voort en wordt het een soort Libelle of Margriet verhaal, niets
op tegen hoor, maar het moet voor mij wel ergens over gaan.
Marijke
|

Marijke's eigen
'sprookje' in de Provence
|