Commentaar op "Chang en Eng" van Darin Strauss
door E.C. Dewaele


Aan boekgrrls.nl: 

Op Uw webpage las ik met veel interesse Uw bespreking van het boek “Chang en Eng” van Darin Strauss, nadat ik het zelf had gelezen.

Grotendeels kan ik akkoord gaan met uw bevindingen maar met de bewering dat de auteur degelijke research heeft gepleegd heb ik het zeer moeilijk.                                              

Het boek moet, zoals de auteur het zelf schrijft, gezien worden  als een roman en niet als geschiedschrijving. Maar toch is het duidelijk een zeer curieuze mengeling van fictie en feiten. “Het verhaal is zowel waar als niet waar” stelt Darin Strauss. En met zijn statement zou ik goed kunnen leven moest hij in zijn talrijke verwijzingen naar historische en geografische gegevens over Siam geen geweld gebruiken. Ik bedoel dat de auteur, wanneer hij toch zijn verhaal historisch en geografisch  wil situeren, dan ook geschiedkundig en aardrijkskundig correct moet blijven. Voor het boek heeft hij  klaarblijkelijk  heel wat research gepleegd maar  voor de hoofdstukken die zich in Siam afspelen heeft hij zich even duidelijk onvoldoende gedocumenteerd.

Hierbij  wil enkele in het oog springende slordigheden aanwijzen.

1. Historisch

a. Geregeld gebruikt de auteur de benaming Rama al hij het over de koning van Siam heeft. Rama is niet de naam van een koning, zoals uit de tekst blijkt, maar een koningstitel die gedragen wordt door alle Siamese (Thaise) vorsten van de Chakri-dynastie (of nu ook de Ramadhibadi-dynastie genoemd), die ook vandaag nog aan de macht is. Deze titel werd ingesteld door koning Vadjiravudh. Zijn voorgangers uit hetzelfde koningshuis kregen deze titel postuum.

Rama I, koning Chao Phraya Chakri of Rama Thibodi, regeerde van 1782 tot 1808.
Rama II, koning Rama Soenthorn Isara heerste van 1808 tot 1824.
Rama III, of   Rama Nang Klao regeerde van 1824 tot 1851.
Rama IV, of koning Mongkut, leidde het land van 1851 tot 1868.
Rama V, of koning Chulalongkorn, regeerde van 1868 tot 1910. 

Rama VI, ook bekend als koning Vajiravudh heerste van 1910 tot 1925.
Rama VII, regeerde als koning Prajadhipok van 1925 tot 1935.
Rama VIII, of koning Ananda Mahido, mag de titel dragen van 1935 tot 1946.
Rama IX, of koning Bhumibol Adulyadej trad aan in 1946 en is momenteel de langst heersende vorst.

b. In het verhaal beschrijft de auteur het leven van Chang en Eng als kind aan het Siamese hof. De koning laat ze onderwijs volgen en instrueert ze soms zelf.

Blz. 37 “… Toen we zeven jaar waren (dus in 1818, ECD), kwam tante Ping, de reizende kapster ons vertellen dat koning Rama de dood van de dubbele jongen wilde….

Op blz. 130 zegt de koning:””…Koning Chulalongkorn, onze voorvader zei: “…Als een draak een vinger verliest….””.

Zoals uit de hierboven vermelde opsomming van de koningen uit de Chakri-dynastie blijkt regeerde in 1818 Rama II en kan koning Chulalongkorn of Rama V onmogelijk de voorvader van Rama II geweest zijn.

2. Geografisch

a. Het is mogelijk dat Chang en Eng met hun ouders op een woonboot op de Mekong (Mae Kong, Rivier Kong) hebben geleefd maar uit het verhaal blijkt heel duidelijk dat het eerder  een leven op de Mae Nam Chao Phraya betrof.

De Mekong loopt op het huidige Thaise grondgebied enkel in het Noorden en het Noordoosten van het land. In het begin van de 19e eeuw strekte Siam zich weliswaar verder noord- en noordoostwaarts (huidig Laos en Cambodja) uit en lag de loop van de Mekong over een grotere afstand op Siamees grondgebied. Maar toen lag de rivier Mekong even ver van Bangkok als nu. De Chao Phraya loopt wel door Bangkok.

Blz. 82: “…De riviermonding wemelde van kleine, snelle bootjes. De hoofdstad (Bangkok, ECD), had geen wegen, alleen de Mekong en de vertakkingen ervan….”

Blz. 103, 104 en 105: “…Aan het einde van de koninklijke terreinen (Bangkok, ECD werden we in een kleine boot gezet. Achter onze rug roeide de kleine olifantsmenner,…”

“…Terwijl onze boot  zijn weg zocht op de rivier, begonnen zich mensen aan de oever te verzamelen, en ze haastten zich naar de moerassige strook waar de Mekong en het land elkaar ontmoetten…”

“… We vorderden centimeter voor centimeter door de uitzinnige menigte. En we baanden ons een weg stroomafwaarts, voorbij de menigte naar de tempel van de Rustende Boeddha (Wat Pho, ook bekend als Wat Chetuphon in Bangkok, ECD).

Blz. 131: Chang en Eng worden uit het koninklijk domein (Bangkok, ECD) weggebracht om de begrafenis van hun vader bij te wonen.

“…De volgende dag , vroeg in de ochtend, werden we gewekt door Nao, die ons meenam uit onze hut….Mijn broer en ik stapten op het zachte gras en Nao stond zwijgend achter ons. Chang en ik drukten ons tegen elkaar aan. We werden gestoken door muggen van de rivier. De vogels vlogen op en verdwenen in de klamme ochtendlucht. Met het oranjegele licht van de morgenzon op het water zag de Mekong er intens triest uit. We bleven uren naar de rivier staan kijken…”

Blz. 132: “…We namen de lange route, weg van de hoofdstad (Bangkok, ECD) en over een van de zijrivieren van de Mekong om grote mensenmenigten te vermijden, en we bleven achteromkijken tot de torens en de bovenkant van de beelden achter de paleismuren heel klein werden; en al spoedig lag ook heel Bangkok ver achter ons,….”

“…Na een korte zwijgende knik van Nao in de richting van oom Xau - die vervolgens ons een vluchtige blik van vaarwel toewierp - vertrokken we, samengedrukt in de kleine boot van ons familielid, terwijl Xau ons over het blauw en blinkend goud van de Mekong naar huis roeide.”

Blijkbaar lag de woonboot van de ouders van Chang en Eng toch op roeiafstand van de hoofdstad, en dus niet zo ver weg als de afstand van Bangkok tot welke plaats ook langs de reële loop van de Mekong.

b. De Mekong mondt via zijn delta, in hedendaags Vietnam, uit in de Zuidchinese Zee en niet in de Golf van Siam (of nu de Golf van Thailand).  De Chayo Phraya, stroomt te zuiden van Bangkok wel in de Golf van Thailand.

Blz. 148:…”De eerste keer dat we het schip zagen, bevonden Chang en ik ons in de roeiboot van Xau, samen met moeder, Sen en onze lievelingseend I. Zigzaggend tussen andere boten door voeren we de Mekong af, toen voor ons uit, waar een rij oude woonboten als wrakhout lag te dobberen tussen onze boot en de golf van Siam, en waar we een overdaad aan bekende beelden te zien kregen – de groene rijstvelden die de rivier flankeerden waar deze overging in de Golf, en het netwerk van waslijnen die ….”

Bij het beëindigen van zijn boek plaatst de auteur enkele kanttekeningen waarin hij een opsomming geeft van de door hem geraadpleegde bronnen en waarin hij een aantal mensen dankt voor hun waardevolle bijdrage, steun, redactionele begeleiding en voor het uitlenen van een aantal geschiedenisboeken.

Waarschijnlijk heeft hij de historische werken over het toenmalige Siam  in een niet al te helder moment even snel doorgenomen en misschien was het wel goed geweest een goedkope atlas te raadplegen. Dan zou hij de Mekong niet een paar honderden kilometers verlegd hebben. De naam Mekong zal bij de meeste Amerikanen, na de jarenlange berichtgeving over het wedervaren van het Amerikaanse leger in Vietnam, Cambodja en Laos, natuurlijk sneller een belletje laten rinkelen dan de, voor hen, onbekende Chao Phraya.

Zou  de uitgeverij Luitingh - Sijthoff een, historische feiten bevattende,  roman publiceren van een debuterend auteur waarin hij stelt dat koningin Wilhelmina (1880 – 1962)  een voorouder is van koning  Willem I (1772 – 1843), dat Amsterdam aan de Schelde  ligt en  dat deze rivier bovendien nog uitmondt in de  Oostzee ook ? Zou de initiële uitgever een  roman met historische achtergronden uitgeven, waarin de auteur zou openbaren dat in zijn verhaal van pakweg 150 jaar geleden Washington aan de Mississippi ligt en dat deze rivier zich in de Atlantische Oceaan stort?

Ik heb heel wat begrip voor de literaire vrijheid van de romancier maar wanneer het onweerlegbare feiten betreft wordt zijn vrijheid dan ook beperkt door de feiten.

Hoogachtend,

E.C. Dewaele
15.01.02


 

      relevante links:

Boekgrrls

Bijgewerkt: 11/02/02  Eisjen

Terug naar top pagina