
"Wanneer ik door de straten van de stad wandel,
lijkt het dikwijls alsof ik door een grote bibliotheek loop; de huizen
zijn de boekenrekken, elke verdieping is een plank met boeken. Nu eens
zie ik een alledaags verhaal, dan weer een goede oude komedie en
allerhande wetenschappelijke werken; de ene keer pulp en dan weer goede
boeken. Over al deze boeken kan ik fantaseren en filosoferen"
Als er een reis naar Kopenhagen en/of Denemarken op stapel staat dan
is dit een "lees-of-ik-schiet-boek". Een
categorie boeken, die door een bekende boekgrrl in het leven is
geroepen. _Moet_ dus gelezen worden en in dit geval ook meegenomen
worden.
Ulrich Sonnenberg neemt je aan de hand, trekt je in de sfeer van Hans Andersen,
vertelt zijn leven en maakt duidelijk hoe het in Kopenhagen in de tijd
van de sprookjesverteller toeging en laat zien wat daar nu nog van terug te
vinden is. De verhalen en sprookjes van Anderson zijn daarbij het
uitgangspunt en tevens het middel om het ons allemaal zo duidelijk
mogelijk te maken. Een voorbeeld:
"De gezondheidstoestand in de Deense
hoofdstad was slecht, het sterftecijfer hoog. Terwijl de gemiddelde leeftijd van de Deense
plattelandsbevolking rond 1835 bij 50 jaar lag, bedroeg deze bij de
mannelijke inwoners van Kopenhagen 35 jaar, bij de vrouwelijke 39 jaar.
Pas tegen het eind van de eeuw werd met de aanleg van een riolering
begonnen, tot dan toe behielp men zich met gootplanken om nog met
enigszins droge voeten over straat te kunnen lopen. Andersens sprookje
De standvastige tinnen soldaat geeft iets van deze toestanden weer.
'Nu begon het te regenen, de druppels vielen
dichter en dichter, het werd een echte stortregen. toen deze voorbij
was, kwamen er twee straatjongens aanlopen.
"Kijk eens"zei de een, "daar ligt een tinnen soldaat!
Die moet uit varen!"
En toen vouwden ze een bootje van een krant, zetten de tinnen soldaat
er in en nu voer hij de goot af. Beide jongens liepen ernaast en
klapten in hun handen. Jeetje! Wat een golven stonden er in de goot en
hoe sterk was de stroom! Ja, maar het had dan ook gestortregend. Het
papieren bootje wipte op neer, en af en toe draaide het zo snel rond
dat het soldaatje begon te trillen; maar hij bleef standvastig,
vertrok geen spier, keek recht voor zich uit en hield zijn geweer aan
zijn schouder.
Op dat ogenblik dreef het bootje onder een lange gootplank door, het
werd opeens zo donker alsof hij in zijn doos was.
"Waar kom ik nu trecht?" dacht hij, "ja, dat is de
schuld van dat duiveltje! Ach, zat dat danseresje toch in mijn bootje,
dan mocht het hier best tweemaal zo donker zijn!"
Toen kwam er opeen een grote waterrat die onder de gootplank woonde.
"Heb je een pas? vroeg de rat. "Hier met je pas!"
Maar de tinnen soldaat zweeg en hield zijn geweer nog steviger vast.
Het bootje voer door en de rat er achteraan. Hu! wat knarste die met
zijn tanden, terwijl hij tot Houtje en Stro riep:
"Houd hem! Houd hem! Hij heeft geen tol betaald! Hij heeft geen
pas bij zich!"'
Dan zie je toch meteen voor je dat het een smerige
bende in die stad geweest moet zijn in die tijd. Je begrijpt dat er toen
ook identiteitsplicht was en dat er eveneens geld betaald moest worden
voor het gebruik van de infrastructuur, al was het dan geen tol voor een
autobaan.
Dit mooi uitgegeven boekje (12½ x 20 cm met een steenrode, harde
kaft onder de omslag) is een hele praktische stadsgids. Op twee
duidelijke plattegronden kunnen alle in de sprookjes en verhalen
vermelde bezienswaardigheden makkelijk terug gevonden worden. Ook is er een prima
index. Daarnaast is het een levendig boek over de geschiedenis van Kopenhagen.
In het boek zijn beschrijvingen opgenomen van huizen en hotels waar
Andersen woonde, en van theaters, restaurants en lunchrooms waar hij
graag kwam.
Het kan niet anders dan dat Andersen,
zelf één van de belangrijkste toeristen uit de literatuurgeschiedenis
(hij maakte in zijn leven negenentwintig lange reizen door Denemarken en
heel Europa tot naar Klein-Azië) er trots op geweest zou zijn.

Eisjen
|
Hans Christian Andersen
Berooid,
maar met de intentie beroemd te worden trok Andersen in 1819 op
veertienjarige leeftijd naar Kopenhagen. Hij woonde er tot zijn dood in
1875. De stad inspireerde hem en leverde stof voor zijn werk als schrijver.
"Verteller
voor de eeuwigheid"
De sprookjes en vertellingen van Hans Christian Andersen in Nederlanse
vertaling. Online
verhalen en sprookjes
Hans Christian Andersen:
"The
Fairy Tale of my Life"
Het eerste hoofdstuk van zijn eigen biografie.
Over de periode van Andersen vertelt
het boek verder o.a.: "Onder
invloed van de Duitse Romantiek onstond in literatuur en kunst een
ontwakend nationaal besef. In Kopenhagen verschenen literaire en
satirische bladen zoals Kjøbenhavns
Flyvende Post (Kopenhagens Vliegende Post) of Corsaren
(De Vrijbuiter).
Met de werken van de beeldhouwer Bertel
Thorvaldsen en de schilder Christen
Købke,
de geschriften van de protestantse kerkhervormer Grundtvig,
de criticus Johan
Ludvig Heiberg en de boeken van Adam
Oehlenschläger, Søren
Kierkegaard en Hans
Christian Andersen begon in Kopenhagen de 'Gouden Eeuw' van de
Deense literatuur."
Uitgeverij
Ad. Donker
ISBN 90 6100 583 3

Ulrich Sonnenberg werkte na zijn opleiding
tot boekhandelaar een aantal jaren in Kopenhagen. Tegenwoordig woont hij
in Frankfurt, waar hij werkzaam is als freelance vertaler en zelfstandig
uitgever.
Rainer
Groothuis werkt al vele jaren in de uitgeverij. Hij ontving vele
nationale en internationale onderscheidingen voor (boek)ontwerpen
|