Het boek vertelt het verhaal van Elisabeth die, nadat ze gefêteerd is
door haar uitgever voor haar nieuwe boek, getuige is van een vechtpartij.
Het blijkt te gaan om een jonge vrouw die door een man mishandeld wordt.
Ze ontfermt zich, ondanks het tegenstribbelen van de vrouw, over haar,
neemt haar op in huis en vanaf dat moment verandert haar leven
ingrijpend. De jonge vrouw heet Annabel, is goedkoop gekleed en
terughoudend over
haar achtergrond en leven. Een grote tegenstelling ten opzichte van
Elisabeth.
Elisabeth is ongeveer 50 jaar oud, was 2 keer getrouwd, gescheiden en
weduwe. Ze heeft ongeveer 20 jaar geleden een abortus ondergaan.
Inmiddels heeft zij haar leven naar volle tevredenheid ingericht. Haar
huis past haar goed en haar beperkte vriendenkring voorziet in haar
behoeften. Haar vriendin Mirjam heeft een dochter die iets jonger is dan
Annabel. Elisabeth is bezig met een boek over een rozenkweekster met man
en dochter.
Gedurende het boek wordt het leven van Elisabeth steeds meer beheerst
door de aanwezigheid van Annabel. Ze adopteert de jonge vrouw min of
meer, onderhoudt haar, behandelt haar als haar dochter zonder hierover
duidelijk met haar te communiceren.
Elisabeth is blij met haar gezelschap maar loopt ook tegen alle
problemen die bij het samenwonen horen, zoals onuitgesproken
verwachtingen over huishoudelijke zaken gecombineerd met haar hoop op
een soort moeder-dochter relatie.
Zowel Elisabeth als Annabel hebben een alcoholische moeder, wat voor
Elisabeth een band schept. Elisabeth worstelt met haar verwachtingen en
gevoelens, koppelt dit aan de ervaringen die Mirjam met haar dochter
heeft en wordt min of meer meegesleept door de ontwikkelingen in het
boek dat ze schrijft. De rozenkweekster heeft relatieproblemen maar
gaandeweg het schrijven van het boek blijkt vooral de relatie met de
dochter niet probleemloos en ontwikkelt zich een dramatisch einde.
Elisabeth heeft onlangs een man ontmoet tijdens een feestje, met wie ze
een relatie opbouwt, die zelfs toekomstperspectief lijkt te hebben. Het
boek is geschreven in de vorm van een verklaring aan deze man over de
periode van het boek.
Tijdens een promotietoer voor haar nieuwe boek is zij een paar dagen
afwezig, in die tijd zijn Annabel en de vriend van Elisabeth met elkaar
naar bed gegaan. Het einde is een worsteling van Elisabeth met haar
loyaliteit. Ze verwijt Annabel haar gedrag, kiest voor haar relatie.
Ze kan Annabel redden maar kiest ervoor haar achter te laten in benarde
omstandigheden, waardoor zij sterft. Elisabeth maakt haar boek niet af,
de relatie wordt verbroken en ze blijft achter als ‘alleenstaande vrouw
in de overgang die is ingesteld op de eenzaamheid.’
Het boek is, zoals te verwachten is voor een veel gelauwerde schrijfster,
vlot geschreven. De verschillende lijnen zijn logisch in elkaar verweven,
soms is er een mooie lijn tussen de 3 verhaallijnen van ‘moeders’ en
‘dochters’ maar het verhaal boeit niet.
Er wordt erg veel, misschien te veel uitgelegd, mogelijk terug te voeren
naar het oeuvre van de schrijfster die vooral jeugdboeken en verder
vertalingen telt.
De hoofdpersoon maakt impulsieve keuzes die niet voor de hand liggen en
haar leven overhoop gooien. Na de eerste euforie, dat ze iemand helpt en
in huis opneemt, doet zij daarna nauwelijks moeite om de toch zo
gewenste orde of regelmaat in haar leven te brengen. Elisabeth en
Annabel leven langs elkaar heen. Elisabeth weet niet wat ze doet overdag,
stelt geen huisregels in, probeert geen afspraken te maken en investeert
niet echt in Annabel. Deze laat, ondanks haar comfortabele leven en
financiële geborgenheid, weinig van zichzelf zien, vertelt niet over
haar achtergrond of familie. Annabel komt regelmatig dronken thuis, toch
is Elisabeth verbijsterd als ze haar volgt en ze in een café blijkt te
zijn. Elisabeth verwachtte dat ze met het mooie weer buiten zou zijn,
terwijl Annabel geen enkele belangstelling voor natuur heeft. Met haar (enige)
vriendin Melanie heeft Elisabeth een relatie die vooral door
opportunisme wordt geregeerd. Zij hebben elkaar ‘absoluut nodig als we
ontevreden zijn over ons leven.’
Het boek heeft een geheel andere doelgroep dan degenen die van de
jeugdboeken van Mirjam Pressler houden. Dit boek is gericht op vrouwen
van 45+ die worstelen met hun al of niet gerealiseerde kinderwens, het
laat zien wat knelpunten kunnen zijn met een jong-volwassen dochter. De
uitvoerige psychologische observaties van de hoofdpersoon over haar
eigen beweegredenen of acties vervelen en komen niet echt over. Rozengif
is een knap gecomponeerd boek dat echter nauwelijks boeit door de
afstand die het boek schept tussen lezer en hoofdpersoon.