Geïntrigeerd geraakt door een bespreking bij de Tros Nieuwsshow op zaterdagochtend heb ik me eindelijk eens aan de schrijver Kadare
gewaagd.
Ik had uiteraard al vaak van hem gehoord maar had nog nooit iets van hem
gelezen omdat ik bang was dat z'n boeken voor mij misschien een beetje
te
zware kost zouden zijn. Maar omdat de boekbespreker op de radio het over
humor had, en die humor me bij lezing van de eerste alinea's in de
boekhandel ook aansprak, was ik verkocht. En gelukkig maar, want dit is
een schitterend boek. Droog en humoristisch maar tegelijk uiterst
serieus
vertelt het over een zomer in Albanië, waar het bewind kampt met het
probleem van de vluchtelingen.
Florian Mazrek wil eigenlijk toneelspeler
worden maar wordt afgewezen door de toneelschool en komt dan bij het
leger
terecht, bij een onderdeel dat er in een kustplaats bij de grens met
Griekenland voor moet zorgen dat mensen het land niet uit vluchten. Om
vluchtelingen te ontdekken wordt ook Vjollca Morina ingezet, een jonge
vrouw die geacht wordt contacten aan te knopen met bezoekers van de
badplaats, om er achter te komen of ze vluchtplannen hebben en ze dan
aan
te geven. Natuurlijk komen Florian en Vjollca met elkaar in contact, en
worden ze smoorverliefd.
Verder speelt het verhaal van Hektor uit de
Ilias
een belangrijke rol: die wordt in een gevecht met Achilles gedood, en
daarna door hem uit wraakzucht achter zijn strijdwagen gebonden en rond
de
stadsmuren gesleept. In het boek vraagt de minister die verantwoordelijk
is voor het vluchtelingenvraagstuk (en die z'n voorganger die uit de
gratie is geraakt in de gevangenis bezoekt) zich af of dat nu wel of
niet
een goed idee is: het lijk van iemand die een gestrande vluchtpoging
heeft
gedaan tonen aan het volk, ter afschrikking.
Te vertellen hoe dit
probleem
samenhangt met het leven, het spel en de dood van Florian Mazrek zou
zonde
zijn voor wie het boek nog wil lezen, maar ik kan je verzekeren: het
boek
is een tragisch-komisch kunstwerkje. Een aanrader, dus. En om toch wat
meer indruk te geven, hieronder wat citaten.
De openingszin:
"De gebeurtenissen die hier worden beschreven, speelden zich af in een
badplaats aan de Albanese kust. Het was dat jaar een prachtige zomer, zo
helder en zo zonnig dat het bijna iets beangstigends had, kortom: een
zomer zoals men kon verwachten aan het einde van een eeuw die zo veel
gevaarlijke perioden had gekend."
Als de minister door de machthebber is ontboden, en ze bespreken het
vluchtelingenvraagstuk:
"De minister voelde zich onder de blik van de
Almachtige Leider ineenkrimpen. 'Wel, luister goed,' zei Hij zacht,
alsof
Hij een geheim openbaarde. 'Dat doen ze om mij verdriet te doen.' De
minister verstijfde. Hij realiseerde zich dat de Leider iets ongewoons
had
gezegd, in bewoordingen die waarschijnlijk nooit eerder in dit gebouw
waren gebruikt, zodat het even duurde voordat de betekenis ervan
volledig
tot hem doordrong." In dit stuk van het boek wordt schitterend
geschreven
hoe de minister heen en weer wordt geslingerd tussen liefde en angst
voor
de Leider, tussen machtsgevoelens en onzekerheid en doodsangst over wat
hij geacht wordt te doen en te laten.
En een kijkje in hoe 'het systeem' z'n volk bespioneert, in de woorden
van
de agent die Vjollca 'runt':
"Hij begon te vertellen dat het geklets van
de hoeren, met alle verdraaiingen, onvolledigheden, leugens en
onduidelijkheden die erin zaten, een oneindige informatiebron vormde
waaruit de staat de meest waardevolle gegevens kon putten. Iedereen, van
hoog tot laag, kreeg op een dag, of hij dat nu wilde of niet, met die
donkere diepe poel van hele en halve waarheden en leugens te maken.
Beroemde kunstenaars, dieven, sportmensen, regeringsfunctionarissen,
epileptici, gerespecteerde dames, nietsnutten en types waar zelfs de
gevangenis de neus voor ophaalde, het maakte niets uit. Net als alle
onderaardse stromen en rivieren stond alles en iedereen met elkaar in
een
duister contact. Of het nu ging om een alledaags voorvalletje of om een
geraffineerd complot, er kon niets gebeuren of het moest in die smerige,
duistere diepte wel een of ander spoor nalaten. Daarom waren er dag en
nacht honderden mensen bezig om daarin alle bruikbare gegevens op te
sporen. En als de staat zich in zijn bestaan bedreigd voelde, kwamen er
nog eens honderden anderen bij."
En als Florian z'n rol speelt, wordt verwoord hoe hij ernaar heeft
uitgekeken dat zijn publiek zo onder de indruk zou zijn:
"Hoe vaak had hij zich dit moment voorgesteld, als de toeschouwers met
ingehouden adem naar hem keken? En in de stilte, als het geluid van een
knappende vioolsnaar, een gesmoorde kreet."
De cynische humor van dit
citaat is pas duidelijk in de context, als je weet wat Florian's rol is,
maar dat verklap ik dus niet ;-)
Monalisa