Tijdens een grote boekenkastopruimings- en inruimactie kwamen er
allerlei boeken tevoorschijn die ik al lange tijd niet meer gezien had.
Een aantal ervan wil ik weer gaan herlezen, omdat het zo lang geleden is.
'Nachtstücke' van E.T.A. Hoffmann is er zo één.
De schrijver, Ernst Theodor Amadeus Hoffmann, leefde van 1776 tot
1822 in Duitsland en valt binnen de (late) Duitse romantiek. Zijn
verhalen en romans kenmerken zich door bizarre personages, het
bovennatuurlijke en het fantastische. Zelf vind ik
zijn verhalen nachtmerrie-achtig: incoherent, vreemd,
soms een beetje hysterisch, en onverklaarbaar (voor droomduiders en
psychoanalytici geldt dat laatste misschien niet).
E.A. Poe wordt de grondlegger van het horrorgenre en de
griezelverhalen genoemd. Maar de veel minder bekende Hoffmann, die net
iets eerder leefde dan Poe en die grote namen zoals Thomas Mann en Franz
Kafka (en E.A. Poe zelf!) beïnvloedde, zou die
titel net zo makkelijk kunnen claimen. Voor wie
van Poe, Mann en Kafka houdt is Hoffmann een goede tip.
Hoffmann's verhalenbundel 'Nachtstücke' bestaat uit een dertiental
verhalen, waaronder een paar van zijn meest bekende: 'Der Sandmann' en
'Das öde Haus'. Om een impressie van alle 13 verhalen te geven voert te
ver. Ik neem er liever één uit en ga daar dieper op in.
Ik kies 'Der Sandmann'.
Het verhaal begint met een drietal brieven. De eerste brief is er
één van Nathanael aan zijn vriend Lothar. Daarin meldt hij dat er iets
vreselijks is gebeurd, dat hij het gevoel heeft
dat het noodlot zal toeslaan. Het begint ermee dat
een man genaamd Coppola bij hem thuis aanklopt. Hij verkoopt weerglazen
(een soort van barometer, maar dan gevuld met water in plaats van kwik).
Hij heeft sterk de indruk dat hij de man al kent, van vroeger. Thuis
kregen de kinderen vroeger het verhaal van de zandman te horen. Die zou
komen als kinderen niet wilden slapen. De zandman zou zand in de ogen strooien, totdat de ogen uit hun kassen zouden springen. De ogen nam de
zandman mee, voor zijn eigen gebroed. In diezelfde tijd hoorde Nathanael
regelmatig gebonk op de trap, en het joeg hem enorme angst aan Hij dacht
dat het de zandman was. Op een dag raapte hij al zijn moed bij elkaar,
en wilde de zandman wel eens in het echt zien. Hij verstopte zich
achter de gordijnen en zag uiteindelijk dat de zandman de
advokaat Coppelius was, die regelmatig bij zijn
vader op bezoek ging. Coppelius was niet geliefd in huis. Hij hield niet
van kinderen en liet dat duidelijk blijken. En
zijn vader en moeder mochten Coppelius ook niet. Coppelius ontdekte
hem achter de gordijnen en schreeuwde: "Hier die ogen!". Zijn
vader kwam tussenbeiden en wist Nathanael uit de handen
van Coppelius te houden. Op een dag, toen Coppelius weer op bezoek was,
hoorden ze vanuit hun vader's kamer een ontploffing. Toen ze erheen
renden, was Coppelius weg, en hun vader was dood.
Nathanael is er zeker van dat de weerglashandelaar, die bij hem aan de
deur was gekomen, Coppelius is en dat hij nu rondtrekt onder de naam
Guiseppe Coppola.
De volgende brief is van Klara, zus van Lothar en de verloofde van
Nathanael, gericht aan Nathanael. Daarin stelt ze hem gerust en
ontkracht de vermoedens en gedachten van Nathanael op rationele manier.
Zijn vader en Coppelius zullen wel stiekum wat alchemie bedreven hebben,
en daardoor per ongeluk een explosie veroorzaakt hebben, bijvoorbeeld.
Ook zegt ze:
"Es ist das Phantom unseres eigenen Ichs, dessen innige
Verwandtschaft und dessen tiefe Einwirkung auf unser Gemüt uns in die
Hölle wirft, oder in den Himmel verzückt." "Het zit allemaal
in je hoofd".
In een volgende brief van Nathanael aan Lothar schijft hij dat hij nu
wel gelooft dat zijn fantasie hem parten speelt, en dat deze
hersenspinselen, zodra hij die als zodanig erkent,
vanzelf wel weer verdwijnen. Ook zegt hij dat hij van Spalanzani, een
professor die tegenover hem woont, gehoord heeft dat de
weerglashandelaar de stad inmiddels verlaten heeft. Spalanzani
vindt hij maar een vreemde kerel; hij houdt zijn dochter verborgen in
zijn huis.
Dan stoppen de brieven en het verhaal gaat verder vanuit het
perspectief van een alwetende verteller. Deze schetst Nathanael's
verhouding tot Klara. Klara is een rationele vrouw, die moeite heeft met
de vreemde gedachtengangen van haar verloofde.
Nathanael vindt op zijn beurt Klara maar een koude, gevoelloze automaat.
Op een dag klopt Coppola weer aan. Nathanael is niet van plan een
weerglas te kopen. Dan trekt Coppola een vergrootglas tevoorschijn. Door
het glas kijkt Nathanael naar de overkant van de straat, waar hij de
dochter van Spalanzani, Olimpia, ziet zitten achter het raam. Door het
vergrootglas kan hij haar goed zien en hij is onder de indruk van haar.
Hij koopt het vergrootglas en Coppola gaat weg.
Een tijdje later ziet hij dat Spalanzani bezig is met de
voorbereidingen voor een feest. Hij wil zijn dochter voorstellen aan
iedereen. Nathanael is ook uitgenodigd, en op het feest wordt hij
verliefd op Olimpia. Van Spalanzani mag hij haar zo vaak bezoeken als
hij maar wil, en dat doet hij ook. Hij leest haar voor uit zijn eigen
verhalen en dichtbundels en ze luistert. Niet zoals Klara, die, als hij
voorleest, zit te breien of te haken, of de hond aanhaalt, of naar
buiten kijkt. Olimpia luistert en kijkt hem aan, en hij voelt zich
begrepen. Klara raakt gaandeweg vergeten.
Zijn vriend Siegmund kan maar niet begrijpen wat hij toch ziet in
Olimpia, 'die houten pop' zoals hij haar noemt. Ze
is weliswaar mooi, maar ze heeft niks te melden. Nathanael vraagt de
hand van Olimpia en Spalanzani stemt toe. Hij neemt zich voor om de
volgende dag Olimpia zelf ten huwelijk te vragen. Als hij de volgende
dag bij het huis aankomt, hoort hij een heleboel tumult. Onmiskenbaar
hoort hij Spalanzani en Coppelius ruziën:
"'Laß los - laß los - Infamer - Verruchter! - Darum Leib und
Leben daran gesetzt? - ha ha ha ha! - so haben wir nicht gewettet - ich,
ich hab die Augen gemacht - ich das Räderwerk - dummer Teufel mit
deinem Räderwerk - verfluchter Hund von einfältigem Uhrmacher - fort
mit dir - Satan - halt - Peipendreher - teuflische Bestie! - halt - fort
- laß los!'"
"Laat los!" en "ik, ik heb de ogen gemaakt",
"ik het raderwerk". Ze trekken beiden aan Olimpia, die een
automaat blijkt te zijn. Haar ogen zijn op de grond gevallen, en staren
Nathanael aan. Uiteindelijk gaat Coppelius er met de ogenloze automaat
vandoor.
Nathanael keert terug bij Klara, die blij is dat
Nathanael weer de oude is. Op een dag wandelen ze
door de stad, en Klara wil de toren van het raadshuis
beklimmen om de bergen te kunnen zien. Boven aangekomen wijst Klara naar
een grijzige gestalte, beneden op de markt. Automatisch pakt Nathanael
zijn vergrootglas, en kijkt er doorheen. Hij wordt gek en schreeuwt:
"Houten popje, draai je om, draai je om!" Dan grijpt hij Klara
en wil zich samen met haar over de rand storten. Klara kan zich maar net
vastgrijpen aan een stang en haar broer, die in de buurt is, redt haar.
Nathanael rent boven op de toren als een bezetene rond. Beneden op
het marktplein willen de mensen de gek van de toren halen. Coppelius'
stem klinkt op uit de menigte: "Die komt vanzelf wel naar beneden."
Even later ligt Nathanael levenloos op het marktplein.
Ook al heet de bundel dan 'Nachtstücke', ik zal de verhalen nooit
een plek op mijn nachtkastje geven. Om nachtmerries van te krijgen...

Lian
|
Relevante
links:
Volledige teksten online:
Der
Sandmann (Duitstalig):
The
Sandman (Engelstalig):
Rat
Krespel (Duitstalig)
Councillor
Krespel (Engelstalig):

E.T.A.
Hoffmann's oevre bij Project Gutenberg:
(Overigens viel me op dat de online tekst op één punt
afwijkt van de mijne: Klara wordt in de online versie als 'Clara' gespeld.)
|