Wat een mooi debuut, ik heb er echt van genoten. Het zal moeilijk worden
weer te geven waarom ik het zo goed vind omdat het mooie in subtiele en
verrassende wendingen zit.
Het verhaal begint rond 1996. Eline Veerman is op, heeft een burn-out.
Zij geeft les in communatieve vaardigheden maar het gaat niet meer. Na
de malle molen van gesprekken met een psychologe, bedrijf- en
arbo-artsen doorlopen te hebben besluit ze voorlopig even een stop in te
lassen. Door de rust beseft ze dat ze iets zal moeten doen waar ze
vreselijk tegenop ziet. Ze begint te schrijven om de gebeurtenissen in
het verleden te doorgronden.
Zomer 1966
Eline staat op het punt af te studeren, ze woont in een Veluws dorpje
bij haar tobberige, conservatieve, streng gelovige ouders. Ze ontmoet
Sander Valentijn en zijn leven en karakter is precies tegenovergesteld
aan dat van haar. Sander, student letterkunde, is een optimist, neemt
het leven zoals het komt, geniet van alles. Voor Eline gaat er een
wereld open. Als Sander terug is naar Groningen besluit ze hem op te
zoeken en dit bezoek blijft niet zonder gevolgen. Ze trouwen en het kind
wordt geboren. Eline kan haar geluk niet op. Ze wonen in een
studentenhuis dat eigendom van Sander blijkt te zijn. Samen met de
studenten die ook in het huis wonen beleven ze een vrolijke, onbezorgde
tijd. Het enige minpuntje is Sanders familie, Engelse schoonmoeder Jane
oefent flink wat invloed uit op Sander en zo ook indirect op Eline en
het kind.
Maar studenten blijven geen studenten, het leven verandert, kortom de
studenten worden volwassen en vertrekken een voor een uit het
studentenhuis en dan beginnen ook de problemen voor Eline...
Wat het boek bijzonder maakt is dat het verhaal door Eline zelf verteld
wordt. Zij begint heel aarzelend aan haar verhaal, het liefst zou ze de
gebeurtenissen ver weg stoppen maar ze beseft dat dat niet kan wil ze
weer beter worden. De hele ontwikkeling van jonge studente naar
volwassen vrouw vertelt ze op een eerlijke manier, ze spaart zichzelf
niet. Met de nodige humoristische zelfspot beschouwt ze haar aandeel in
de gebeurtenissen.
Subtiel door het verhaal heen wordt ook de tijdgeest weergegeven, de
roerige jaren zestig, de opkomst van de hippies enz.
Door haar pogingen de gebeurtenissen te doorgronden komt ze soms tot
plotselinge, glasheldere inzichten die voor haar niet prettig zijn.
Langzamerhand worden we teruggevoerd naar het heden dat ook nog de
nodige verrassingen biedt.
Heerlijk boek!
Dettie
Deze eersteling van Marise van Doorn is een boek naar mijn hart.
Eline is lerares, en heeft een burn-out. Als ze een beetje doelloos
thuis zit, gaat ze haar verleden 'opruimen', en ze schrijft het verhaal
van de liefde in haar leven, de liefde die een drama werd. Of toch niet?
In 1966 is ze bijna lerares, als ze Sander ontmoet, een vrolijke
flierefluiter. Ze valt als een baksteen voor deze student, die nogal
goed in de slappe was blijkt te zitten, en met een paar vrienden in een
groot huis woont. Als Eline zwanger blijkt te zijn, wil Sander trouwen,
en ze trekt bij de mannen in. Hij is dol op hun dochter Fleur, en dat
geldt ook voor zijn Engelse familie, die niet veel oog heeft voor Eline,
maar des te meer voor Fleur.
De idylle wordt langzaam verstoord als Eline ontdekt dat Sander zijn
vroegere levenswijze niet echt opgegeven heeft. Dan is er de
traumatische gebeurtenis, waar Eline, nu haar dochter volwassen is en
gaat trouwen, nog last van blijkt te hebben. Het opschrijven loutert,
maar ook de ontmoeting met Niels, een van de medebewoners, die ze ook al
die jaren niet meer heeftgezien.
Marise van Doorn heeft een vlotte stijl van schrijven, haar toon is
melancholisch, net niet melodramatisch, het wekt een heimwee op naar
dingen die nooit waren. De enkele schoonheidsfoutjes, wat
hoogdravendheid misschien, bestudeerde zinnen, en het ontbreken van
uitleg die toch wel handig geweest zou zijn, het zij haar vergeven.
Ik heb genoten..
Marjo