Anton Koolhaas is bekend en geliefd geworden door zijn dierenverhalen.
Niet zomaar verhalen over dieren. Maar dierenverhalen waarin Koolhaas als
het ware probeerde door te dringen tot de psyche van de soort, waarom heen
hij het dramatische moment bouwde. Dit klinkt eigenlijk veel te
ingewikkeld. Je moet het gewoon lezen. Dan weet je wat ik bedoel.
In mijn laatste middelbare schooljaar maakte ik kennis met Koolhaas
dankzij een leraar Nederlands die het toen net verschenen ‘Corsetten voor
een Libel’ aanprees. Ik kreeg het boek, las het en was verkocht. Ik heb
het sindsdien nooit meer herlezen, maar behield een warme herinnering aan
de verhalen. En hoe is het nu, meer dan 30 jaar later, om Koolhaas te
lezen?
De verhalen zijn afwisselend treurig of vermakelijk, ze zijn zonder
uitzondering en twijfel knap geschreven en creëren een wereld op zichzelf.
Ook een talige wereld. Neem nu de muis Neamfrodel, een muis met een
denkwijze, die ook een geheel eigen wijze van praten had. Zeker twee weken
lang heb ik mijn omgeving verveeld met “U is vertoeld, namelijk vetjens”
of soortgelijke uitdrukkingen. U wilt niet weten hoeveel je er kunt maken,
namelijk een heleboel. De meeuwen in het verhaal ‘De bijeenkomst’ hebben
eveneens een talige eigenaardigheid. En de varkens in het verhaal van
‘Mijnheer Tip is de dikste mijnheer’. En de spin Balder D. Quorg, de
snoek Wampoei, de olifant Branoul, de goudvis Zuulwe en de sluierstaartvis
Sloer of Drambak Trost, het wilde zwijn. Ja, al die beesten hebben ook
hoogst originele namen. Koolhaas heeft daarover nagedacht. Een meeuw kan
nu eenmaal niet Jan of Piet heten, maar de naam Tractaal past prima.
Wat maken de dieren mee ofwel waar gaan de verhalen over? De verhalen
beschrijven het dierenleven van binnenuit. Slechts in een heel enkel geval
komt de mens om de hoek kijken (Drambak Trost bijvoorbeeld, tartte
jagers). Wat doet een denkwijze met een muis en hoe reageert de omgeving
daarop? Branoul raakt gefascineerd door zijn eigen slurf. Hoe ontwikkelt
zich het dagelijkse sociale leven in een aquarium? En Tractaal, de meeuw,
sterft, tijdens het bijeen roepen van een bijeenkomst.
“De oproep is er en allen komen naar de bijeenkomst. En zonder nu nog te
weten of het voor of achter was, onder of boven, waar de bijeenkomst zou
geschieden, vloog hij verder. De bek gesloten, de poten langs het lijf en
de pennen vol krullerige verenkorrels. En tenslotte met gesloten ogen.
Achter de oogleden was het eerst nog blauw en toen werd het grijs, en nu
ben ik nieuwsgierig, dacht Tractaal mat, of het nu zwart wordt, gelijk het
rood van mijn poten. Maar het grijs werd langzaam wit. Ja, wit. En de
witte meeuw Tractaal, die werkelijk nog echt wit was, hoewel zijn veren
krulden en zwarte randen zouden krijgen, de dode meeuw Tractaal tuimelde
omlaag. Opnieuw door de grijze nevel heen en daarna in de zee. Er was
niemand die het zag en niemand die het hoorde. Want de ruimte van de
bijeenkomst is daarvoor te groot.”
In alle verhalen van Koolhaas zijn zulke diamanten alinea’s te vinden.
Toch leest het allemaal niet makkelijk weg. Het zijn en blijven namelijk
dieren, er komen geen tot weinig echte emoties aan bod, de ontwikkelingen
zijn vaak gekunsteld en de wereld erom heen is duidelijk geconstrueerd. Na
één of twee verhalen blijft het boekje weer een tijdje liggen. Maar, zo
heb je voor de paar euro dat het kost wel heel lang plezier.
Wat heeft Midas Dekkers nu met dit alles te maken? Hij schreef het
voorwoord en hij koos de verhalen uit. En ach, als de uitgever denkt dat
de naam Midas Dekkers beter verkoopt dan A. Koolhaas dan geef ik hem (of
haar) niet eens ongelijk.

yvonnep
|
Schrijversnet over Anton Koolhaas
Biografie van Anton Koolhaas
Waanzinnig
uitgebreide Koolhaas biografie
De
mening van de jeugd
|