Dit boek stond op de boekgrrlslijst van juli als Nobelprijswinnaar, maar
ik
heb het nu pas gelezen. Wederom een heel bijzonder boek, uit een heel
andere
tijd, en leuk om nu eens iets gelezen te hebben van zo'n bekende
Fransman.
Het is een eigenlijk idioot verhaal dat wordt verteld in vijf delen
(boeken), waarin allemaal een van de hoofdpersonen centraal staat. De
personen zijn met elkaar verbonden door de familiebanden tussen drie
zusters: hun mannen/zwagers zijn de centrale figuren.
Over het gekke van zijn verhaal merkt Gide zelf op: "Bevoegde
critici
beschouwen de roman wel eens als geschiedenis die had kunnen gebeuren,
en de
geschiedenis als een roman die gebeurd is. Men moet toegeven dat een
schrijver soms geloofd wordt, terwijl de werkelijke feiten ongelooflijk
blijven. Helaas bestaan er ook sceptische geesten die een feit loochenen
zodra het buitengewoon is. Het is niet voor hen, dat ik schrijf."
Het buitengewone feit waar het in dit boek om draait, is het gerucht dat
de
paus zou zijn afgezet, opgesloten in de kelders van het Vaticaan en
vervangen door een zetbaas van de vrijmetselaars. Hierover zegt
Gide: "Het
is een historisch feit dat dit gerucht einde 1893 (dat is de tijd waarin
het
boek speelt) de ronde deed, en het staat vast dat vele gelovigen zich
erover
hebben opgewonden."
In het boek is Amadeus Fleurissoire de figuur die zich door dit gerucht
het
hoofd op hol laat brengen. De anders zo kleurloos levende brave
echtgenoot
besluit als hij dit verhaal van zijn vrouw verneemt naar Rome te reizen,
om.... Ja, om wat te doen, eigenlijk. De paus bevrijden, natuurlijk,
maar
hoe hij zich dat voorstelt? Het voert te ver en is ook te ingewikkeld om
de
intrige uit de doeken te doen. Het aardige van het boek is dat je de
hoofdpersonen ieder voor zich leert kennen, en dat een aantal van hen
elkaar
op cruciale momenten in hun leven 'ontmoeten'.
Verder speelt in het boek
de
theorie een rol die Julius de Baraglioul, een zwager van Amadeus en
schrijver, heeft ontwikkeld: als iemand volkomen doelloos en belangeloos
en
misdaad pleegt, dan is de dader zo goed als ongrijpbaar omdat niemand
een
motief zal kunnen vinden dat op de misdadiger wijst. Op dezelfde
gedachte
komt Lafcadio, een onechte broer van Julius, maar de praktijk blijkt
toch
anders te zijn dan de theorie.
Dit is voor mij het zoveelste boek dat ik zonder de boekgrrls nooit
gelezen
zou hebben, maar waarvan ik genoten heb, omdat het goed geschreven is,
en
een mooi beeld geeft van een heel andere tijd dan de onze, waarin zich
(dus)
ook, geloofwaardig, een verhaal af kan spelen dat in onze tijd nooit
geschreven had kunnen zijn.